Wieberen Elverdink.

Tallis Variations

Wieberen Elverdink. FOTO LC

De eerste keer dat ik ‘m hoorde, verbaasde ik me over mijn eigen fysieke reactie.

Koude rillingen.

Licht in het hoofd.

Als bij toverslag zo losgetrokken van plaats en tijd, dat ik haast vergat te ademen.

Wat gebeurde hier? Kon één muzieknoot dit bewerkstelligen? Hoe dan?

Tallis Variations , een ruim veertien minuten durend muziekstuk voor brassbands, is zo’n werk waarin je voortdurend de onderhuidse spanning voelt. Waarin cornet, bugel en alt soms harmonie veinzen, maar bas- en euphoniumsecties dat met hun wrange deken opheffen tot iets onheilspellends, iets dat wel móet uitmonden in kopergeweld, met veel slagwerk, veel fortissimo, en verdorie, als je erom vraagt, dan krijg je het gedonder ook.

Tallis Variations is zo’n stuk dat in je lichaam sluipt en heel geniepig de controle over je emoties overneemt. Dat je rusteloos maakt, je plaagt met het vooruitzicht van vrede, maar een tel later toch weer z’n eigen wil doet.

Tot die ene noot, ongeveer halverwege de compositie, maat 227, voor de kenners. De hoge E van de solocornet, zo lyrisch en tegelijk zo kalm.

De noot die verstilt, die geruststelt, die je alle geladenheid van daarvoor doet vergeten.

Als ik pieker, me zorgen maak, als ik me eenzaam voel of het gevoel heb te kort te schieten, dan zoek ik geregeld mijn toevlucht in die ene troostende hoge E. De laatste rare weken weer steeds vaker.

Thomas Tallis, op wiens werk componist Philip Sparke Tallis Variatons baseerde, moest eens weten.

Tallis (1505-1585) was een musicus die in de zestiende eeuw optrad en muziekstukken schreef voor de Engelse kroon. De heerschappen Hendrik VIII en Edward VI maakten gebruik van zijn diensten en daarna ook Queen Mary en Elizabeth I, The Virgin Queen .

Het waren roerige tijden aan het hof – de respectievelijke vorsten wisselden zowat vaker van religieuze voorkeur dan van ondergoed. Ongevaarlijk was dat niet, voor de leden van de hofhouding: voor je het wist bevond je je aan de verkeerde kant van het kerkelijke spectrum, met alle gevolgen van dien.

Je zou denken: voortdurend stront aan de knikker voor Tallis, een katholiek, die wordt gezien als de grondlegger van de gewijde kathedraalmuziek van de Anglicaanse kerk. Maar de man bleef wonderwel onomstreden. Hij paste zijn werk moeiteloos aan, als de nieuwe vorst(in) andere wensen had. Een pragmaticus.

Je kunt ook zeggen: zijn composities waren zo goed, dat alle gezindten ze pruimden.

Ik vind dat een mooie gedachte: de muziek van Tallis als constante, als baken van rust in een ronduit woelig tijdperk, waarin voortdurend conflicten dreigden.

Precies zoals die ene noot, zuiver en zalvend.

Over een paar tellen zal de lucht boven de compositie betrekken. Kondigen unheimisch aanzwellende akkoorden nieuwe narigheid van nog onbekende omvang aan.

Maar nu nog niet.

Nu is het nog heel even veilig schuilen in die hoge E.

De noot die vaderlijk z’n arm om je schouder slaat en in je oor fluistert: ‘ You’ve got this , jongen. Alles komt goed.’

wieberen.elverdink@lc.nl

Twitter: @WElverdink

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct