Anne-Goaitske Breteler.

Skiednis boppe wetter

Anne-Goaitske Breteler. FOTO LC

,, Bliksem, dit sjocht der mar professioniel út!’’. Zo stapt oud-walvisvaarder Durk met zijn witte alpinopetje het voormalig walvisvaarderscafé De Bûnte Bok in Lioessens binnen.

Zijn stamkroeg is door de twee filmmakers omgetoverd tot een studio. Ik vraag Durk naar zijn ervaringen in de Zuidelijke IJszee, net zoals ik dat eerder ook al deed voor mijn boek De traanjagers, herinneringen van oud-walvisvaarders . Destijds sprak ik veel van Durks oud-collega’s. Helaas is die generatie de laatste jaren steeds meer uitgedund. Vandaag biedt de mogelijkheid om zo’n verhaal voor altijd vast te kunnen leggen.

Dit keer vind ik het interviewen spannender. Het resultaat zal namelijk in januari te zien zijn in het Fries Scheepvaart Museum. Als gastcurator heb ik daar de verantwoordelijkheid voor de tentoonstelling over dit thema. Dus zelfs bij dit kleine onderdeel ervan wil ik dat alles goed verloopt, zeker voor Durk. Gelukkig ken ik de tachtiger onderhand een beetje en weet ik dat ik bij het inkopen van de boodschappen voor deze draaidag zeker de droge worst en koude pilsjes niet moet vergeten. In eerste instantie bedankt Durk daar vriendelijk voor, want het middageten ligt hem nogal zwaar op de maag. Maar als we even later zijn begonnen met het interview, raakt het glas op de toog steeds leger.

De onwennigheid van het begin is gauw vergeten. Het voelt vertrouwd om in deze setting Durk zijn belevenissen als walvisvaarder terug te halen. De twee vaarten waarop hij meeging, vormen nog altijd een belangrijk onderdeel van zijn bestaan. Hij legt uit over het ribsnijden met zijn collega-walvisvaarders, vertelt anekdotes over de korte tussenstop in Kaapstad, maar behandelt ook de veranderde moraal rondom de industrie.

Het voelt vertrouwd om in deze setting Durk zijn belevenissen als walvisvaarder terug te halen

In het tweede gedeelte van het interview verschuiven we van plaats. Aan een van de statafels geeft Durk uitleg over voorwerpen die we beide hebben meegenomen: oude foto’s, potvistanden, balein en een gehoorstelsel. Terwijl hij de foto’s aan de camera achter hem toont, beschrijft hij ze. Eentje laat de hechte groep jonge Friezen aan boord van het schip de Willem Barentsz zien. Zelfs na de walvisvaart hebben ze nauw contact gehouden. Maar ook Durk erkent dat de twintigers van toen niet het eeuwige leven hebben. Hij geeft aan welke van hen inmiddels al zijn overleden. Er blijven niet veel over.

Als het gesprek erop zit en Durk zijn laatste biertje drinkt, vertelt hij dat hij dankbaar is dat we deze geschiedenis vandaag weer een stukje beter hebben weten op te slaan. Straks is er niemand van de groepsfoto over om het nog te kunnen vertellen. Terwijl de filmmakers hun camera’s weer opbergen en ik een beetje begin op te ruimen, besluit Durk om weer op zijn elektrische fiets te stappen. ,, Ik gean noch efkes in blokje om. Ik fyn dat sa moai, om by it wurk op it lân te sjen.’’ Het alpinopetje en de zonnebril gaan weer op. De foto’s en de potvistanden verdwijnen in de fietstassen. Zwaaiend fietst de oud-walvisvaarder de dorpsstraat uit. In de kroeg wordt het stil, zijn woorden blijven goed bewaard op de geheugenkaart.

agbreteler@gmail.com

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct