Anne-Goaitske Breteler.

Seine-schrijvers

Anne-Goaitske Breteler. FOTO LC

Momenteel verblijf ik twee weken in Parijs voor een schrijfresidentie van het Vlaams-Nederlands cultuurhuis deBuren.

Samen met zeventien andere jonge makers uit de Lage Landen logeren we in het prachtige campusgebouw Biermans-Lapôtre, aan de zuidkant van de stad. Daarbinnen krijgen we gastlessen van schrijvers als Tom Lanoye , Gloria Wekker en Manon Uphoff. We discussiëren over fictie en non-fictie, het gebruik van personages met wie je zelf weinig gemeenschappelijk hebt en, heel praktisch, over correcte contracten met uitgevers.

Naast die verrijking op het literaire vlak vind ik de groepsvorming misschien wel net zo interessant. Toegegeven: voordat ik op de Thalys stapte, voelde ik de zenuwen behoorlijk. In zo’n nieuwe omgeving is het eerst lastig plaats bepalen. Ook al hadden we eerder kennisgemaakt via Zoom, toch kon ik me nog geen goede voorstelling maken van de bubbel waarin ik mezelf zou plaatsen.

De grote overeenkomst tussen alle deelnemers is dat we verhalen opstellen en tot uiting brengen. Qua vorm en inhoud variëren we sterk. Waar ik zelf bijvoorbeeld voornamelijk non-fictie schrijf, maken anderen liefst proza of grafische illustraties. Mijn fascinatie voor taboeonderwerpen blijkt voor anderen juist te liggen bij thema’s als architectuur, gender, theater of geloof.

Uiteraard voeren we gesprekken over het schrijverschap, maar al snel belanden we in een veel informelere setting. De avonden spenderen we meestal in het park, met voldoende wijn en bier. Daar begint dan ook de echte groepsbinding. Ik voel me steeds meer op mijn gemak. We praten veel over de liefdesrelaties, thuissituaties, de mate van heimwee en eigenlijk al die andere informatie waardoor iemands persoonlijkheid beter te vatten lijkt. Naarmate de groepsdynamiek zich daardoor meer definieert, wordt de roep om roddels groter. Want wat zou er zich afspelen buiten het zicht van de groep? Zo nu en dan vang ik iets op, maar de spannende nieuwtjes laten op zich wachten.

Binnen de antropologie is roddelen een belangrijk terugkerend fenomeen. Gebeurtenissen die een bepaalde grens overschrijden, kunnen een band smeden tussen individuen. Het gaat daarbij om vertrouwen – de roddel moet eigenlijk niet doorverteld worden – en over gedragsregels die een bepaalde moraal aantonen.

In de laatste dagen van de residentie, met het zicht op de terugkeer naar België en Nederland, lijkt iedereen goed door te hebben dat het de vruchtbaarste momenten zijn voor het ontstaan van smeuïge anekdotes. Nog maar een paar mogelijkheden, voordat de bubbel knapt. In de ochtenden wordt druk rondgevraagd of er de avond daarvoor nog ‘dingen’ zijn gebeurd. Zouden er al stelletjes gevormd zijn? Ik ben druk aan het vissen bij andere groepsleden, maar tot mijn spijt krijg ik niet veel duidelijkheid.

Eigenlijk is het ook niet zo raar, die vraag naar roddels hier in Parijs. Als makers zoeken we steeds naar aansprekende verhalen. Enig herkenbaar drama werkt goed voor het overbrengen van zo’n vertelling. Buurmans leed troost, maar geeft ook inspiratie. Gelukkig hebben we op de laatste avond een anderhalvemeterproof terras op de planning staan, met een dj. Er kan nog van alles gebeuren. Althans, dat hopen we dan maar!

Reageren? agbreteler@gmail.com

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct