Wieberen Elverdink.

Schroot

Wieberen Elverdink. FOTO MARCEL J. DE JONG

Aan het begin van de mooiste, helderste middag van de week verbrak het schelle geluid van rammelend metaal de stilte.

Op zijn oprit trof ik de oud-ijzerhandelaar, een kniptang in de ene verweerde knuist, een aluminium verwarmingselement in de andere. Hij boog zich over een eind koper op de bestrating, dat hij zojuist had losgewrikt.

Achter hem stond een volgeladen aanhanger. Ik monsterde de inhoud: twee roestige ijzeren badkuipen, een oude barbecue, een kapotte radio en een verwrongen constructie die ooit een serveertrolley moest zijn geweest.

,,Nije hannel?’’, vroeg ik.

Schroot in plaats van sperziebonen. Zink in plaats van zuurkool

,,Ik hoech my net te ferfelen’’, mompelde de metaalman vanonder een vaalrode pet, het hoofddeksel waarop een geborduurd logo van een Duitse verzekeringsmaatschappij prijkte en dat vergroeid leek met zijn brede, door de tijd geëtste gelaat.

Het zijn kommervolle tijden voor velen met een eigen handel, maar dat geldt niet voor de schrootzoeker. Integendeel. Zijn nering floreert.

,,Minsken binne mear thús’’, zei de ijzerboer, een kort, maar vol baardje danste mee op het ritme van zijn onderkaak. ,,Dus romje se alle rotsoai op.’’ En andermans rommel is nu eenmaal zíjn goud, het aanbod klotst soms haast over de randen van zijn aanhanger – iets wat hem laatst nog een prent van een motoragent opleverde, maar dat terzijde.

,,Nee’’, herhaalde hij, ,,ik hoech my net te ferfelen.’’

Zestien jaar schuimt hij in ons dorp en wijde omtrek de straten af, bijna surplace’end op zijn fiets, spiedend naar handelswaar. Hij kent zijn adresjes en de mensen kennen hem: zet je oude schemerlamp op de stoep en binnen een paar uur is-ie in zijn fietstas verdwenen.

Vroeger was hij boer, maar hij verkocht het hele spul en ging in een burgerwoning in de bebouwde kom wonen. De tijd die hij anders op het land doorbracht spendeerde hij vanaf dat moment aan zijn volkstuintjes. Die brachten dankzij zijn kennis en inspanningen zoveel vrucht dat hij er een dagtaak aan had om de oogst te vermarkten.

Maar zestien jaar geleden sloeg het noodlot toe. Die rotziekte. Dan weet u het wel.

Een reeks operaties en bestralingen volgde. Hij leerde ermee te leven, al was het noeste werk op de volksakkers voor iemand met zijn medisch dossier niet meer vol te houden, maar hij lééfde tenminste.

In oud ijzer vond hij een nieuwe passie. Schroot in plaats van sperziebonen. Zink in plaats van zuurkool.

Hij is een onverbeterlijke scharrelaar. Overal waar hij rijdt, ziet hij handel. Een paar weken geleden nog moest hij opnieuw onder het mes. Toen hij na die ingreep weer naar huis mocht, kon hij het niet laten eerst even op strooptocht te gaan. Glunderend: ,,Kaam ik dochs wer mei in auto fol âld izer werom fan it sikehûs.’’

Of laatst, toen hij zijn kansen waagde op een verlaten terrein een paar dorpen verderop, waar een feest was gehouden en hij voor vijftig euro statiegeld aan bierflesjes raapte.

,,Mar moatte jo hjir ris sjen.’’

De handelsreiziger in schroot ging me voor naar zijn schuur, waar hij een uitpuilend krat pils had uitgestald.

Triomfantelijk: ,,Se wiene net allegear leech. Dizze sil ik sels wol opdrinke moatte.’’

Nee, hij hoeft zich niet te vervelen.

wieberen.elverdink@lc.nl

Twitter: @WElverdink

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opinie
Column
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct