Wieberen Elverdink.

Rust en âld izer

Wieberen Elverdink. FOTO MARCEL J. DE JONG

Eerst dacht ik dat het een paaltje was, daarginds, op die natte, gerooide maïsakker. Maar dit paaltje bewoog en toen ik voorovergebogen op mijn fiets dichterbij kwam, veranderde het houtwerk langzaam in een mens.

In een man, om precies te zijn, met hoge laarzen over een hoveniersbroek en een blauwwollen muts die alleen zijn gegroefde gezicht onbedekt liet.

Met gelijkmatige passen struinde hij over het stoppelveld, waarbij hij met zijn linkerarm een metaaldetector in halve cirkels over de bodem bewoog. Soms stopte hij even. Dan keerde hij wat grond om met zijn legerschep en stak hij zwijgend iets onbestemds in zijn heupbuideltje.

Uit nieuwsgierigheid besloot ik het tafereel een tijdje te aanschouwen.

Zoals wel vaker de laatste weken was ik zonder concrete bestemming op de fiets gestapt, of er moest een dorp bestaan dat Gedachteloosheid heette, want dát was wat ik eigenlijk zocht.

Tot opzienbarende opgravingen kwam het nooit

Peddelen van niets naar nergens, zo weet ik intussen, is een probaat middel om aan het verraderlijke meningenmoeras van de sociale media te ontsnappen. Bij elke omwenteling van de trappers verdwijnt gepieker over oplopende R-getallen en afnemende zachtmoedigheid naar de achtergrond.

De schatzoeker zat nu gehurkt boven een hoopje aarde en begon met woelen. Wat zou erin zitten? Een oude duit? Een zilveren hangertje?

Thuis hebben we ook een metaaldetector. Ooit gekocht voor de tiende verjaardag van de oudste, die zichzelf de ene na de andere middeleeuwse miljoenenring naar boven zag tillen. Een perfect instapmodel, had de verkoper gezegd, niet te ingewikkeld in de bediening en niet al te duur. En, toegegeven, in de naam van het apparaat, de Goldhunter, school de nodige belofte.

Maar in plaats van edelmetaal trok het ding trok sindsdien vooral stof aan. Slechts een heel enkele keer kwam het uit de kast. Tot opzienbarende opgravingen kwam het nooit.

Tot ik een paar weken geleden thuiskwam van het werk en op een velletje keukenpapier een goudkleurige ring trof, aangevreten door de tijd, maar voorzien van een blikkerend steentje dat aan een diamant deed denken.

,,Opgegraven in het speeltuintje’’, zei mijn oudste. ,,Onder de kabelbaan.’’

,,Snel, stop het in een glas cola’’, riep ik, omdat cola immers alles reinigt. Visioenen van vergeten adellijke dynastieën die eeuwen geleden hun paleizen hadden opgetrokken, precies op de plek van het kabelbaantje. Het bewijs daarvoor lag hier, in een sissend glas frisdrank.

Nou, vergeet het maar.

Het koolzuur van de cola tastte de ring zo aan dat die al gauw brak, niks goud. En die diamant? Gewoon glas, oordeelde de juwelier meesmuilend, toen mijn oudste het kleinood ter beoordeling bracht.

De graver in het maïsveld was nu dichterbij de berm aangekomen. ,,En’’, vroeg ik, ,,noch wat fûn?’’ Hij haalde zijn koptelefoon omhoog en schudde zijn hoofd. ,,Neat bysûnders.’’

Stoïcijns speurde de man door en ik stond al op het punt om verder te fietsen, toen hij zich omdraaide. ,,It is no allegear rust en âld izer. Mar de dei dat der wól wat moais komt, is wer in stapke tichterby.’’

Zulke hoopvolle geluiden lees je niet hoor, op de sociale media.

wieberen.elverdink@lc.nl

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct