Opinie: Doen we nog wat met LF2018?

Zouden ze het in het Provinsjehûs nog wel eens hebben over LF2018? Vorig jaar om deze tijd begon de stemming er langzaam in te komen.

Een paar maanden later barstte een klein team van direct betrokkenen al los in een ware lofzang over het effect van dit bijzondere culturele jaar. Friesland was wakker gekust en paradeerde nu als begeerlijke prinses door cultureel Europa. En toen moesten de reuzen nog komen.

We zijn inmiddels vier maanden na de officiële afsluiting en wachten nog op een behoorlijke evaluatie. Wat waren de succesfactoren, wat was goed besteed geld, wat nemen we mee naar 2028, dat soort vragen. De organisatie zelf was snel met de berekeningen wat LF2018 Friesland aan euro’s had gebracht. Dat waren er veel meer dan de rond 72 miljoen die de overheden er in hadden gestoken. Tevredenheid alom. Met informatie over de besteding van die miljoenen hebben ze veel minder haast. We moeten het tot nu toe doen met een publicatie in deze krant. Daar waren ze bij de gemeente Leeuwarden en de provincie niet blij mee. Is er iets wat ze liever onder de pet houden? Je zou als belastingbetaler een volksvertegenwoordiging willen die wat scherper let op de besteding van zoveel overheidsgeld.

Het culturele veld kwam in beweging door de euforie. Het produceerde tientallen plannen voor projecten, allemaal heel geschikt om Friesland als culturele hotspot van Europa te behouden. Bij zoveel creativiteit konden de provinciale staten niet achterblijven. Ze stelden tweemaal 2 miljoen euro beschikbaar voor de ‘legacy’, te besteden in dit en volgend jaar.

Daarna breekt er voor de Friese kunsten en cultuur een heel andere, onzekere tijd aan. In december vorig jaar gingen de staten akkoord met een nieuw stelsel voor de toekenning van de provinciale subsidies. Dat is niet bedacht om de geest van 2018 levend te houden, al biedt de tweede afweging bij het statenbesluit nog wel enige hoop. ‘LF2018 heeft bewezen dat cultuur aan veel maatschappelijke opgaven kan bijdragen’, concluderen de staten daar. Dat vinden de makers, uitvoerders en organisatoren in de culturele sector zelf ook en al heel lang. De provincie wil dit pas verworven inzicht nu ook in ‘haar beleid verankeren’.

Dat zou zo maar een paar miljoen euro kunnen schelen maar dat kan wel eens lelijk tegenvallen. De bedoeling van de herijking staat in de alinea boven de mooie woorden over LF2018. De provincie wil meer flexibiliteit bij de besteding van haar subsidiegeld. Een te groot deel zou nu naar een beperkt aantal vaste afnemers gaan. ‘Boekjaarsubsidies’ heet dat, een vies woord voor modernisten onder ambtenaren en politici. Er moet meer geld naar nieuwelingen, ideeën en projecten die iets toevoegen aan wat we in Friesland al hebben. Helemaal eens maar het gevaar is dat politici nogal vatbaar zijn voor de pretenties en marketingverhalen van zulke vernieuwers. Ze vallen voor de verleiding te laten zien dat ze heus niet van gisteren, van het oude denken zijn. Zo kon popcultuur zo maar ineens tot speerpunt van het Friese cultuurbeleid worden uitgeroepen.

Het ‘flexibele geld’ voor vernieuwing is nodig maar dat mag beslist niet ten koste gaan van instellingen die hun bestaansrecht allang hebben bewezen en sterk genoeg zijn om te experimenteren en te vernieuwen. Voordat de provincie meegaat met allerlei moderne ‘wind van leer’ (bij het CDA zullen ze die term vast nog wel kennen) is het verstandig het toch nog eens over LF2018 te hebben en goed te kijken naar de succesfactoren in dat unieke jaar. Veel moois kwam juist uit de hoek van de basisinstellingen. Als de provincie serieus kunst en cultuur wil inzetten bij ‘maatschappelijke opgaven’ heeft ze een stevige basisstructuur hard nodig.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opinie
Culturele Hoofdstad