‘Uitvoeringsgemak, maar weer ten dienste van de Belastingdienst.’

Opinie: Belastingdienst maakt het zich (te) makkelijk

‘Uitvoeringsgemak, maar weer ten dienste van de Belastingdienst.’

De Belastingdienst zegt het ons zo gemakkelijk mogelijk te willen maken, maar in veel gevallen denkt de dienst vooral eerst aan zichzelf.

Belastingen; we worstelen er iedere dag mee en in de maanden april en mei al helemaal. De aangifte inkomstenbelasting moest weer worden ingevuld, nagekeken en ingezonden. De Belastingdienst probeert het ons zo gemakkelijk mogelijk te maken door alvast bekende gegevens in te vullen. Gemak dient de mens nietwaar?

Het antwoord op die vraag is in dit geval niet een ondubbelzinnig ‘ja’. Op sommige punten gaat de wetgever voor uitvoeringsgemak, bijvoorbeeld door bepaalde ficties te hanteren, maar de vraag is wiens gemak op die punten bediend wordt. Als we goed kijken zien we vaak dat het uitvoeringsgemak voornamelijk de Belastingdienst dient, en niet de belastingbetaler.

Een voorbeeld waar uitvoeringsgemak grote gevolgen heeft is de vermogensrendementsheffing in box 3. Daar wordt een fictief rendement berekend over je vermogen, en dat wordt vervolgens belast. Dat fictief rendement, het woord zegt het al, heeft niets met het werkelijke rendement te maken en was bij de invoering daarvan volgens de toenmalige minister van financiën gebaseerd op een volstrekt risicoloos rendement op staatsobligaties dat door iedereen behaald kon worden.

Belastingrente

Dat fictief rendement wordt allang niet meer gehaald maar je blijft er wel belasting over betalen. Dit wordt inmiddels in vele rechtszaken bestreden maar de rechter houdt de wetgever vooralsnog de hand steeds boven het hoofd.

Een ander voorbeeld gaat over belastingrente. Dat is rente die je moet betalen als je een bedrag ten onrechte van de Belastingdienst hebt gekregen, en je dat dus later moet terugbetalen. Dan wordt rente berekend. Hierbij maakt het niet uit of er echt rentenadeel door de Belastingdienst is geleden.

Het kan echter nog fictiever; de regeling voorziet namelijk nauwelijks in een betaling van belastingrente door de Belastingdienst als die jou iets moet terugbetalen. De regeling is grotendeels eenrichtingsverkeer. Lekker makkelijk voor de Belastingdienst.

Uitvoeringsgemak

Een voorbeeld in een heel andere belasting, de erfbelasting, laat ook weer een grote afwijking zien tussen economische realiteit en papieren werkelijkheid. Er is een veel voorkomende situatie waarbij je als erfgenaam (nog) niets krijgt en er toch erfbelasting moet worden betaald. Dit gebeurt als je een niet opeisbare vordering krijgt op de langstlevende ouder. Je moet maar afwachten wanneer je die vordering kunt innen en wat die dan nog waard is maar je moet wel direct afrekenen met de fiscus. Gekker moet het niet worden; niets krijgen en toch belasting moeten betalen. Uitvoeringsgemak, maar weer ten dienste van de Belastingdienst.

Er zijn nog veel meer ficties, afwijkingen van de economische realiteit en dergelijke in onze belastingwetten te vinden. Op zich heb ik daar begrip voor; soms is de economische realiteit zeer lastig in een wet te vatten en moet noodzakelijkerwijs voor een meer papieren werkelijkheid worden gekozen. Maar wat opvalt is dat het hieruit voortvloeiende uitvoeringsgemak (bijna) altijd in het voordeel van de Belastingdienst uitpakt.

Voordeel belastingbetaler

Dat kan natuurlijk anders, zeker in deze tijden waarin de rijksoverheid zwemt in het geld. Ik wil er dan ook voor pleiten om daar waar de realiteit moet wijken voor ficties de daaruit voortvloeiende belastingregels in het voordeel van de belastingbetaler in te richten.

Dat hoeft gelukkig niet moeilijk te zijn. In de drie bovengenoemde voorbeelden kan eenieder bedenken hoe die eenvoudig in het voordeel van de belastingbetaler kunnen worden omgevormd.

Jos de Jong uit Eelde is partner bij DeJongVanMal. Hij schrijft op persoonlijke titel.

menu