Opinie: Basisinkomen maakt belasting simpeler

Het Security Operation Center op de afdeling ICT van de Belastingdienst. Foto: ANP/Piroschka van de Wouw

De Belastingdienst bevindt zich aan het begin van een van zijn grootste, en hoogstwaarschijnlijk langste, verandertrajecten tot nu toe.

Minister Wopke Hoekstra van Financiën heeft bekendgemaakt dat de onderdelen Douane en Toeslagen worden afgesplitst. Dit als gevolg van de toeslagenaffaire, waarin duizenden gezinnen ten onrechte werden beschuldigd van fraude met de kinderopvangtoeslag.

Zal deze verandering ook de broodnodige verbeteringen brengen? Het grote gevaar is dat van één naar drie belastinguitvoerders gaan alleen maar voor meer complexiteit in ons al onoverzichtelijke belastingstelsel zorgt. De in december vertrokken staatssecretaris Menno Snel had het bij het rechte eind toen hij in de zomer van 2018 zei: „Een klein beetje complexiteit is niet slecht, maar tegelijkertijd zit daar wel een grens aan. Als de complexiteit zo hoog is dat de belastingadviseur het zelfs niet meer uitgelegd krijgt aan zijn klanten, dan hebben we echt een probleem.” Als het de belastingadviseurs al niet lukt, dan is het voor de burger helemaal onbegonnen werk.

De Belastingdienst telt 30.000 medewerkers. Als ambtelijk bestand zorgt de dienst voor meer werkgelegenheid in Nederland dan de drie grootste Nederlandse multinationals bij elkaar. Hopelijk is het creëren van werkgelegenheid door een groot bureaucratisch apparaat niet een doel op zich voor de overheid.

W at is dan de reden voor het grote aantal ambtenaren bij de Belastingdienst? Het korte antwoord, en gelijk ook de kernoorzaak, is diezelfde eerdergenoemde complexiteit in het belastingsysteem. Het is zeker niet eenvoudig, leert een blik op de toeslagen in het huidige stelsel: huurtoeslag, zorgtoeslag, kindgebonden budget, kinderopvangtoeslag .

Onnodig complex

Ons belastingstelsel is niet alleen gedateerd, maar ook onnodig complex. De hoofdoorzaak is de politieke wens van Nederlandse regeringen om de gemiddelde koopkrachtontwikkeling minimaal gelijk te houden aan de nul. Zoals de per 1 februari vertrekkende CPB-directeur Laura van Geest reeds zei: „Het precieze sturen op tienden (procenten koopkrachtstijging) zorgt ervoor dat er steeds meer inkomensregelingen ontstaan, dan wel aangepast worden, hetgeen zorgt voor een complex belastingstelsel.”

Ons stelsel moet niet alleen op de schop, dat kán ook. Regelingen als de AOW, hypotheekrenteaftrek en de toeslagen worden elk jaar aangepast met het oog op de gemiddelde koopkrachtontwikkeling, door het CPB de mediane koopkrachtontwikkeling genoemd. Los van het feit dat de overheidsprognoses rond koopkrachtontwikkeling altijd buitengewoon onbetrouwbaar zijn, kost dit ook een hoop tijd, en de schatkist miljoenen euro’s.

Hier moeten we van af. De complexiteit zorgt tevens voor een ander nadelig effect: het gerommel en mismanagement bij de Belastingdienst zoals nu weer aan het licht is gekomen met de toeslagenaffaire.

Er zijn steeds meer geluiden, in buiten- en binnenland, voor het creëren van een universeel basisinkomen: een onvoorwaardelijke betaling aan iedere burger van een land, een bedrag dat maandelijks op ieders rekening wordt gestort. Dat zou genoeg moeten zijn om van te kunnen leven en zou alle toeslagen en andere regelingen, zoals de AOW, vervangen.

Bij het basisinkomen is er geen middelentoets om het te mogen ontvangen en geen aanvraagpapieren die moeten worden ingevuld. Dit heeft als gevolg dat er voor de overheid ook geen noodzaak is om aanvragen te verwerken of te beoordelen. Deze vereenvoudiging zou een hoop bureaucratie schelen.

Binnen de komende reorganisatie van ons belastingstelsel zou maar één zaak belangrijk moeten zijn: het reduceren van de complexiteit. Het is zeer de vraag of met drie in plaats van één belastinguitvoerder – elk met zijn eigen directeur-generaal, zijn eigen ambtelijk apparaat en zijn eigen medewerkers – de complexiteit niet juist wordt vergroot.

Daartegenover staat dat het invoeren van het basisinkomen bij uitstek een passende oplossing is. Een universeel basisinkomen is niet alleen een vangnet voor toekomstige werkloosheid door de alsmaar verdere automatisering en een instrument tegen hoge werkdruk en -uren, maar ook het meest logische antwoord om de complexiteit en het ambtelijk bestand terug te dringen.

Jeroen van Gennep is politiek econoom.