Opinie: Als de agent werkt, kan de rechter dat ook

. Foto ANP FOTO ANP

De rechtspraak lijkt zich nog niet te hebben hervonden in het nieuwe normaal. Ondertussen staat de advocaten het water aan de lippen.

Op 17 maart gingen alle rechtbanken en gerechtshoven op slot. Daarmee kwam ook de rechtspraak nagenoeg tot stilstand. Slechts voor zeer urgente zaken zijn rechters bereid hun werk te doen. Sinds kort is daartoe een van de zeven zittingszalen op de Leeuwarder rechtbank uitgerust met plexiglas.

Alleen de rechters, de griffier en de officier van justitie mogen achter dat glas schuilen. Voor de advocaten zijn niet zulke veiligheidsmaatregelen getroffen. Uitgerekend zij hebben het momenteel erg moeilijk. Een enquête van Het Advocatenblad leert dat een kwart van alle 5700 Nederlandse advocatenkantoren vreest om te vallen.

Met het verstillen van de rechtsgang zijn hun inkomsten geslonken. Driekwart van de advocaten worstelt met een omzetverlies van gemiddeld 56 procent. Nou zijn het bijzondere tijden, die uitzonderlijke maatregelen vereisen. Tegelijk kunnen we constateren dat het politieapparaat, de brandweer en de zorg volop zijn blijven draaien.

Dat geldt ook voor supermarkten, nieuwsmedia en bouwbedrijven. Al deze sectoren worden als vitale onderdelen van onze samenleving gezien. Al vrij snel na de uitbraak troffen zij maatregelen. Wat voor bouwvakkers, agenten en vakkenvullers geldt, moet toch ook voor justitieambtenaren mogelijk zijn?

Lees ook [PREMIUM] Onvrede bij advocaten over coronabeleid rechtbanken: 'Er is meer dan genoeg ruimte'

Het lijkt niet erg ingewikkeld om rechtszaken weer op gang te brengen. Onze rechtbanken zijn ruim genoeg voor anderhalve meter afstand tussen de aanwezigen. Dat geldt niet alleen voor de zittingszalen. Ook voor het veelal vertrouwelijke papierwerk is voldoende kantoorruimte. De vijf bovenverdiepingen van de rechtbank aan het Zaailand staan grotendeels leeg.

Rechtszaken horen bovendien openbaar te zijn, zodat iedereen kan controleren of een proces wel eerlijk verloopt. Dit principe sneuvelde praktisch in deze pandemie. Inmiddels zijn er voor het strafrecht zeventig videozalen ingericht en verdachten kunnen tijdens zittingen ook telefonisch worden verhoord. De zittingsroosters laten zien dat dit in Noord-Nederland mondjesmaat gebeurt. Qua civiele zaken bleef het in Leeuwarden de afgelopen weken zelfs helemaal stil.

Voor dit jaar hebben de 2500 rechters en hun 8000 medewerkers de opdracht 58.000 zaken af te handelen. Dit gaat natuurlijk niet lukken. Daar is ook begrip voor. Evenzogoed zou je in een rechtsstaat als de onze meer initiatief verwachten om de toch al trage justitiële molen weer op gang te krijgen.

Kruiwagen vol kikkers

Als het om het effectief maken van zijn eigen organisatie gaat, heeft het ministerie van Justitie en Veiligheid echter niet zo’n beste reputatie. Heel Nederland regelt zijn betalingen al lang en breed via apps en internet, maar de veelbesproken ‘digitalisering van de rechtspraak’ is te lang een kruiwagen vol kikkers gebleven: rechters, aanklagers, advocaten en opsporingsinstanties kwaakten het luidst over hun eigen positie.

Gelukkig probeert Justitie vanaf 11 mei het strafrecht, het familierecht en het jeugdrecht weer voorzichtig op de rails te krijgen. Pas na twee maanden stilte. Wat betekent dit voor het imago van ons recht? Onwillekeurig dringt zich het beeld op dat rechters zichzelf kennelijk niet belangrijk genoeg vinden. De belangen zijn echter groot, zowel juridisch als economisch. Veel mensen wachten met smart op hun vonnis. Onze rechtspraak dient het algemeen belang. Het is een basisvoorziening.

Jaap Hellinga, redacteur Leeuwarder Courant

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opinie
Opinie