Pieter de Groot.

Ophef aan de Sophialaan

Pieter de Groot. FOTO LC

Even was ik bang dat de Vredeman de Vriesprijs zou gaan naar het heringerichte gebied rond het station, dat de jury als een van de kanshebbers had genomineerd. Nee, ik ga haar oordeel zeker niet afkraken, maar voor een hoofdprijs valt er genoeg op af te dingen.

Zo zou volgens de jury de indeling ‘duidelijk en overzichtelijk en aangenaam voor het oog’ zijn. Ja, nu het coronavirus ons dwingt zo veel mogelijk thuis te blijven, maar anders lopen daar voetgangers fietsers voortdurend in de weg, rijden fietsers voetgangers op een haar na ondersteboven en trappen automobilisten om de haverklap op de rem om de levens van de zich als overstekend wild gedragende weggebruikers te sparen. Met foto’s van bijna-ongelukken kun je gemakkelijk een boek vullen. Ik ga het er hier niet weer over hebben en zo lang er geen doden vallen, kan de gemeente alle klachten afdoen met een beroep op het succes van ‘shared space’, waarmee op de kruising van Wirdumerdijk en Zaailand al jaren ervaring wordt opgedaan.

Waar ik het wel over wil hebben, is de verstening van de Sophialaan, eens een karakteristieke bomenallee, nu ter hoogte van de Achmeatoren een onbestemd plein. Smaken verschillen, maar ik kan dat niet bepaald ‘aangenaam voor het oog’ noemen, evenmin voor een wandeling. De toren blijkt vaker een onaangenaam waaigat. De westzijde is dus anders dan de Vredemanjury beweert allesbehalve een ‘logische en aantrekkelijke looproute’, hoewel voor toeristen noodzakelijk, vanwege de hier gevestigde VVV.

Kies liever de oostzijde, waar de negentiende-eeuwse villa’s gelukkig nog intact zijn. Afbraak zal wel niet meer gebeuren, maar deze week was er plotseling toch ophef, toen Gonneke de Bomenridder opdook bij de bruine beuken in de tuin van de vermaarde witte villa op de hoek van de Willemskade. De tuin wordt herschapen in een parkeerterrein – betegeld – en stel je toch voor dat die prachtige bomen het loodje leggen, in het ergste geval gekapt. We kennen Gonneke nog van de grote kastanje vlak bij haar huis in de Transvaalwijk, waaraan zij zich in 2006 wilde vastketenen om de kap tegen te houden. De politie greep in en de boom ging om, want de eigenaar had toestemming, maar sinds die stoere actie is Gonneke met haar stichting Bomenridders op haar hoede.

Het werk aan het parkeerterreintje is voorlopig stilgelegd, in afwachting van de vergunning. De beuken zijn 11 februari 1985 ingevoerd in het Bomenregister, ze zijn volgens deze opgave tussen 1860 en 1870 geplant, maar de villa zou pas rond 1874 gebouwd zijn voor jonkheer Jacques Maximiliën Speelman Wobma en zijn zus freule Cornelia Jacoba Speelman Wobma, kinderen van de president van het gerechtshof Helenius Marinus Speelman Wobma (die in 1860 de laatste Fries, Ype Baukes de Graaf, liet ophangen).

De villa is evenals zovele andere stadsvilla’s destijds gebouwd door architect Herman Rudolf Stoett en naar verluidt zou Gerrit Vlaskamp de tuin hebben ontworpen. De beuken resten als laatste stille getuigen. Over Gerrit gesproken: in mijn vorige Harje (3-10) schreef ik dat het wachten was op zijn straatnaam in Leeuwarden. Van verschillende kanten werd ik erop gewezen dat hij in de gemeente al een steeg heeft, in Stiens. Dank daarvoor.

Reageren? harje.lc@gmail.com

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct