Groep Dutchbat-veteranen stapt naar rechter

Open wonden

Groep Dutchbat-veteranen stapt naar rechter ANP

Morgen is het precies 25 jaar geleden dat Srebrenica onder de voet werd gelopen door Bosnisch-Servische troepen. In een vierdelige documentaire was deze week op NPO2 te zien welke gruwelen zich daar destijds hebben afgespeeld. Interviewer Coen Verbraak sprak met deelnemers aan de ‘vredesmissie’ van het Nederlandse Dutchbat-bataljon, die ter plekke waren om toe te zien op een vrede waarvan totaal geen sprake was.

De verhalen van de Dutchbatters getuigen van een mengeling van wanhoop, woede, afkeer en machteloosheid. De blauwhelmen voelden zich door de rest van de wereld in de steek gelaten terwijl ze moesten toezien hoe de Serviërs de enclave overrompelden en de inwoners afvoerden. Wat er met de duizenden mannen zou gebeuren, konden ze toen niet bevroeden. Zeker achtduizend mannen en jongens werden in koelen bloede afgemaakt.

Een kwart eeuw later ligt het voormalige Joegoslavië er ogenschijnlijk vredig bij, ook al zijn de wonden van de bloedige burgeroorlog bij velen nog vers. De etnisch (vrijwel) homogene republieken Slovenië en Kroatië zijn inmiddels toegetreden tot de Europese Unie. Noord-Macedonië en Montenegro, die allebei omvangrijke minderheden hebben, lukt het heel aardig om etnische tegenstellingen niet op de spits te drijven.

Bosnië-Herzegovina is een ander verhaal. De wereldgemeenschap, die in 1995 betrokken was bij de totstandkoming van het Verdrag van Dayton dat een einde maakte aan de burgeroorlog in Bosnië, wilde destijds koste wat kost voorkomen dat strijdende partijen voordeel zouden trekken uit overwinningen op het slagveld. En dus kregen Serviërs aan de ene en Bosniakken en Kroaten aan de andere kant ieder een deel van de republiek. Zo ontstond een land dat bestaat uit twee elkaar wantrouwende eenheden die ook nog eens op federaal niveau tot samenwerking moeten zien te komen. Daarmee is Bosnië-Herzegovina een staatkundig gedrocht dat vermoedelijk nooit tot ontwikkeling zal komen.

Ingrijpen

En dan is er een wond in voormalig Joegoslavië die nog echt openligt. Kosovo, ooit een provincie van Servië waar Albanezen veruit in de meerderheid zijn, riep in 2008 eenzijdig de onafhankelijkheid uit. Dat gebeurde een kleine tien jaar nadat de Servische overheersers onder druk van internationaal ingrijpen de benen hadden genomen uit de regio die zij beschouwen als het hartland van hun natie.

De onafhankelijkheid van Kosovo wordt internationaal nog door lang niet alle landen erkend, en Servië weigert al helemaal om dit te acccepteren. Toch is een oplossing van het conflict tussen Kosovo en Servië een absolute voorwaarde om eventueel te kunnen toetreden tot de Europese Unie, iets waar de regeringen in Pristina en Belgrado allebei naar streven.

En dus reizen premier Avdullah Hoti van Kosovo en de Servische president Aleksandar Vucic zondag naar Brussel om toenadering tot elkaar te zoeken. Mogelijk zal daar een oud idee op tafel komen om onderling enkele gebieden uit te ruilen waar Serviërs respectievelijk Albanezen een meerderheid vormen. Zo’n oplossing tast weliswaar bestaande grenzen aan, maar is te verkiezen boven de huidige patstelling. Ook de wond Kosovo zal moeten helen.

commentaar@lc.nl

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct