Buiten danste de nationale driekleur feestelijk in de lentewind, maar door ons huis joeg - van het ene op het andere moment - een storm.

Eén kind daverde naar boven, een ander dook de speelgoedkast in, de derde zette het op een rommelen in de garage. Voor ik het wist bevond ik me tussen omgekeerde lades en speelgoedbakken. In alle gewoel kwamen ineens spullen bovendrijven die ik lang niet meer had gezien; verloren gewaande Lego-onderdelen, het dak van die ene plastic terreinwagen en een variëteit aan prullaria waarvan ik meende ze jaren eerder al eens te hebben weggegooid.

,,Zeg, wat is híer aan de hand?’’, vroeg ik.

,,Opritverkoop’’, galmde mijn vrouw vanuit de trapkast. ,,We zoeken spullen om te verkopen. Hier, pak aan. Mag dit weg?’’

Ach, de rommelmarkt. De plek waar parel en prul gebroederlijk naast elkaar liggen

Ik keek. Welja. Onderdelen van een racebaan. Sinterklaascadeautje voor de jongste, vier jaar geleden.

Eigenlijk hadden we zullen sjoelen op de tuintafel, met tompoucen en prik, maar mijn vier huisgenoten hadden verderop in het dorp gezien hoe mensen op enkele opritten spontaan kleine, particuliere rommelmarktjes hadden ingericht. Waar dat traditionele koningsdagtafereel ze normaal misschien niet zo veel had gedaan, hadden al die maanden van lockdown nu hun consumptiedrift aangewakkerd.

In tijden hadden mijn kinderen – op de supermarkt na – geen winkel van binnen gezien en nu lag daar die bonte verzameling tweedehands snuisterijen op vrolijke kleedjes verleidelijk te knipogen in de zon. De handelsijver vonkte van hun gezichten - daar móesten ze bij zijn, voorzien van wat gespaarde euro’s en bezakt met eigen koopwaar.

Ach, de rommelmarkt. De plek waar parel en prul gebroederlijk naast elkaar liggen. De plek waar de scheidslijn tussen miskoop en buitenkans soms zo flinterdun is dat alleen een kennersoog hem waarneemt. Waar je 1,50 euro neertelt voor een collectors item en het dubbele voor een wegwerpspeeltje van een fastfoodrestaurant, maar waar het zicht op dat onderscheid vertroebeld is door de overweldigende gribus die vanaf die kleedjes om je aandacht schreeuwt en het muntgeld dat in je broekzak gloeit.

Een vrolijk oord, de rommelmarkt, maar tegelijkertijd zo verraderlijk.

Daar gingen ze, per fiets op handelsmissie. Boodschappentassen bungelend aan het stuur, gevuld met oude boeken, maak-je-eigen-armbandje-knutselsets, miniatuurautootjes, een hoeveelheid onbestemde goederen - en een bodempje hoop op een gouden transactie.

Toen ik later poolshoogte kwam nemen, bleken tot mijn verrassing de autootjes verkocht aan een passant. De armbandjes-set was ook van eigenaar gewisseld, net als het boek over dino’s en – wonderwel – zelfs de oude markeerstift.

,,Dat ruimt mooi op’’, zei ik opgetogen, maar ik sprak voor mijn beurt.

Want daar werden mij trots de verse aanwinsten getoond: een raceauto die de vorige eigenaar met spaarpunten van een supermarkt bij elkaar had verdiend, nóg een snelle, maar vaal geworden speelgoedwagen en een iets beduimelde linnen wereldkaart, voor aan het haakje in de slaapkamer.

Ik stond op de drempel van ergernis over die nieuw verworven prullaria, toen mij een zak met knapperige, zelfgebakken koekjes met sinaasappelstrooisel werd voorgehouden. ,,Net gekocht’’, zei onze middelste. ,,Twintig voor 5 euro. Goeie deal, toch?’’

Gulzig hapte ik toe en terstond roemde ik de rommelmarkt.

Hier kon werkelijk geen oranje tompouce tegenop.

wieberen.elverdink@lc.nl

Twitter: @WElverdink

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opinie
Column
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct