Onderzoek de Frisialijn als treinalternatief

‘De ontsluiting van het Noorden moet niet slechts vanuit Nederlands perspectief worden bezien.’ FOTO NIELS DE VRIES

Ooit was er de droom om een verbinding te leggen tussen Groningen en Amsterdam met een magneetzweeftrein. In Shanghai is zo’n trein, een spectaculaire reiservaring, totaal stil, stabiel en ongelooflijk snel.

Die trein is er niet gekomen. Wel wordt inmiddels weer gesproken over de Lelylijn, in afgezwakte vorm, als een normale sneltrein. Als zolang wordt gesproken over een initiatief, worden alternatieven vergeten. Dé manier om Groningen te ontsluiten is de Lelylijn, zo is de heersende overtuiging.

Een betere treinaansluiting van Groningen op de Randstad is zeer nodig. Maar is de Lelylijn echt de best denkbare oplossing? De Frisia-lijn verdient het om als alternatief nog eens goed te worden onderzocht. De Frisialijn is een doorgaande treinverbinding van Amsterdam, via Hoorn over de Afsluitdijk langs zeehaven Harlingen, Leeuwarden, Buitenpost, Groningen, Winschoten naar Oldenburg, Bremen en Hamburg. De Frisialijn brengt een verwaarloosbaar aantal extra kilometers met zich mee en heeft evenveel tussenliggende stations als de Lelylijn, maar geeft een sociaaleconomisch rendement dat waarschijnlijk hoger is.

Krimpgebieden

Het verbinden van Groningen met de Randstad is een beperkt resultaat van de grote investering die de Lelylijn met zich meebrengt. In het Noorden van ons land zijn er meer regio’s die vragen om ontsluiting. Noord-Holland Noord, Noordwest- en Noordoost-Friesland en Noord- en Oost-Groningen staan op de lijst met 29 krimpgebieden die ons land kent. Deze regio’s hebben een grote sociaaleconomische opgave, jongeren hebben hier de kleinste kans op te klimmen op de maatschappelijke ladder, zo is recent nog vastgesteld. Als we dan toch gaan investeren, dan liever zo dat ook deze regio’s de impuls krijgen van een sterke treinverbinding.

Met de Lelylijn blijven Hoorn, Leeuwarden en Groningen aan het eind van een lijn liggen, Leeuwarden wordt zelfs een eindstation dat alleen met een overstap kan worden bereikt. Bij spoorverbindingen is het veel aantrekkelijker te denken in doorgangstations, lijnen zijn dan beter te exploiteren en economische uitwisseling vindt plaats in twee richtingen.

Veel bestaand spoor

De Frisialijn is een doorgaand spoor tussen Amsterdam en Hamburg, waarin de kernsteden Hoorn, Leeuwarden en Groningen in twee richtingen worden ontsloten. Bijkomend voordeel is dat de Frisialijn voor een groot deel loopt over bestaand spoor, waarvan recent het deel Groningen-Leeuwarden is verbeterd. Alleen het traject van Hoorn naar Harlingen is nieuw, maar dit kan grotendeels langs de snelweg worden aangelegd. Landschappelijk een groot voordeel ten opzichte van de doorsnijding van het coulissenlandschap tussen Heerenveen en Groningen, die de Lelylijn met zich meebrengt.

De ontsluiting van het Noorden moet niet slechts worden bezien vanuit Nederlands perspectief, Ost-Friesland in de kop van Niedersachsen heeft net zo’n behoefte aan ontwikkeling. Samenwerking met Duitsland ligt voor de hand. Bovendien is de economische impuls vanuit Duitsland voor Groningen net zo goed belangrijk als die vanuit de Randstad. Een snelle, rechtstreekse treinverbinding van Hamburg naar Amsterdam zal op Groningen een grotere impact hebben dan een heen-en-weer-lijn tussen Amsterdam en Groningen.

De Nederlandse Spoorwegen hebben zich geschaard bij de voorstanders van de Lelylijn, een zeer begrijpelijke keuze. De Lelylijn zal vrijwel zeker een NS-trein worden. Bij de Frisialijn is dat niet vanzelfsprekend. De sporen Harlingen – Leeuwarden en Leeuwarden – Groningen worden geëxploiteerd door Arriva, een dochter van Deutsche Bahn. Voor de NS een bedreiging, voor het Noorden een kans.

Duits-Nederlandse samenwerking

Door een samenwerking met Deutsche Bahn kan de Noordelijke treinverbinding rechtstreeks worden aangesloten op het Duitse ICE-netwerk, uitstekende treinen met een prima service en een bewezen technologie. De ontsluiting van het Noorden wordt opgetild tot een Duits-Nederlandse samenwerking op weg naar een klimaatbestendig Europees vervoersbeleid. Waarschijnlijk biedt dat meer kans op Europese financiering dan de nationale Lelylijn.

Met het vrijkomende geld kunnen in het oosten Veendam en Emmen worden aangesloten op het spoor met de Nedersaksen-lijn, zodat ook deze krimpregio’s een impuls krijgen en er een by-pass is voor het storingsgevoelige knooppunt Meppel, de grootste ergernis van treinend Noord-Nederland.

Oeds Westerhof is directeur van Common Ground - Common Sense te Leeuwarden, adviseurs in maatschappelijke vraagstukken.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opinie
Opinie