Jacob Haagsma.

Om redenen van muziek

Jacob Haagsma. FOTO ANNET EVELEENS

Het gebeurt me gelukkig nooit. Maar als u mij het mes op de keel zet en dan vraagt wat de beste, hoogste, belangrijkste kunstvorm op deze aardbol is, dan zeg ik natuurlijk: muziek.

Het mooie is dat je andere kunstvormen best kunt relateren aan muziek. Als ik naar het grootschalige, abstracte werk van schilder Mark Rothko kijk, hoor ik in mijn hoofd altijd de verstilde, uitgestrekte muziek van componist Morton Feldman, en niet alleen vanwege zijn ijle koorstuk Rothko Chapel .

Poëzie gaat natuurlijk ook over muziek. Klank, ritme, metrum, kom op. Als een dichter dat echt kan, hardop voordragen, dan hang je aan zijn lippen – of je zijn taal nu verstaat of niet. Om redenen van muziek. Dat is het geheim van het buitenlandse succes van Tsjêbbe Hettinga. Zo was het ook bij die indrukwekkende voordracht van de jonge Amanda Gorman bij de inauguratie van Joe Biden: ook zonder ondertitels uiterst aangrijpend.

Muziek en poëzie, dat rijmt. Aan die waarheid-als-een-koe werd ik weer eens herinnerd toen ik met Tsead Bruinja sprak over zijn afgelopen Dichterschap des Vaderlands, zie verderop in deze bijlage. Zijn opmerkingen daarover haalden de krant niet. Want anders dan de stukken van Morton Feldman, die rustig anderhalf, vier, zes uur kunnen duren, is krantenpapier niet rekbaar.

Zo vroeg hij zich af of de poëzie van een land ook beïnvloed wordt door de muziek aldaar. Of de onregelmatige maatsoorten van bijvoorbeeld de Balkan zich ook laten vertalen naar het metrum van de gedichten in die regio. Want ook al werd het voormalige Joegoslavië bij die vreselijke oorlogen van ruim een kwart eeuw geleden aardig kapot geschoten, dichten moet je toch.

Muziek en poëzie, dat rijmt

Dat brengt me op de Jamaicaanse muziek, de reggae. Daar had je in de jaren zestig al deejays , of toasters , die niet zozeer zongen maar hun woordenstromen al zingzeggend ( talkover ) over de muziek heen legden. Die praktijk is een van de bloedlijnen van de hiphop en, welbeschouwd, ook een vorm van poëzie-hardop.

Omdat we het net toch over oorlog hadden, luister ik naar Stop The War , van Dillinger. Die man had dus wel meer onderwerpen dan Cocaine In My Brain , die aanstekelijke hit in de hete zomer van 1976.

In Stop The War haalt hij virtuoos uit naar het misdaadgeweld op het zwaar geteisterde Jamaica. Reggae en aanverwante Jamaicaanse muziekstijlen hadden altijd al een zekere, wat zal ik zeggen, maatschappelijke component, want het leven in het ghetto valt niet mee hoe hard de zon ook schijnt. Reggae-icoon Bob Marley wist zelfs de zwaar en gewelddadig rivaliserende politici Michael Manley en Edward Seaga zo ver te krijgen dat ze elkaar op het podium de hand schudden.

Zoals dat gedicht van Amanda Gorman Amerika niet gaat redden, zo hebben de inspanningen van Dillinger, Marley en al die anderen van Jamaica geen vredig rumbonenparadijs gemaakt. Maar ze maakten er wel prachtige muziek van, tijdloze kunst. Ook een taak.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opinie
Column
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct