Wieberen Elverdink.

Niks is onmogelijk

Wieberen Elverdink. FOTO LC

In een vlaag van zelfkastijding fietste ik zopas naar de Skieppeleane, een eikenlaantje van niets naar nergens, om te aanschouwen wat er niet was.

Activiteit.

Het had hier, een week voor hemelvaart, moeten krioelen van de mensen en de machines. Shovels hadden af en aan moeten tuffen met rijplaten. Kerels met ontblote bovenlijven, al dan niet beïnkt met vlekkerige tatoeages, hadden zwaar zeil aan onmetelijke tentgeraamten moeten rijgen. Aggregaten hadden moeten snorren en, als je goed je oren spitste, had je heel in de verte de gonzende, dansende, feestende menigte al moeten kunnen horen.

Oerrock.

Even eerlijk: van schilderachtigheid moet ons nederzettinkje het niet hebben. Je vindt ons dorp niet terug in reisgidsen, voor ansichtkaarten is het ongeschikt.

Van sommige gebouwen op beeldbepalende plekken vermoed ik dat die snel zijn neergeplempt toen even niemand keek. Dat de leden van de welstandscommissie na hun koffiepauze terugkeerden aan de vergadertafel om zich over de volgende bouwtekening te buigen en tot hun schrik constateerden: verhip, het stáát er al.

Ter contrast bevindt zich links van ons het landgoederendorp, met zijn rijke hotelwezen, de schattige galerie-tjes, de historie.

Ter rechterzijde ligt het campingdorp, bolwerk van zomervertier, toeristische pleisterplaats te midden van een parel van een bos.

Ertussenin: ons dorp, dat zich vooral afficheert met zijn gunstige ligging, in de oksel van de A7 en N31. O, ironie: een plaats die zijn unique selling point ontleent aan het feit dat je er snel weg kunt.

Maar één weekend in het jaar, traditiegetrouw met hemelvaart, is alles anders. Dan wil iedereen hier zijn. Met tienduizenden tegelijk komen mensen uit het hele land naar de Skieppeleane, the place to be, om te proosten op de zon, op de vrijheid, op de muziek en op elkaar.

Oerrock voorziet ons dorp van het vleugje glamour en begeerlijkheid dat het anders zo ontbeert. En de liefde die ik ondanks alles toch al voor mijn woonoord koester van een extra laag van onverholen trots.

Het bescheiden evenementje met hooguit lokale aantrekkingskracht dat Oerrock in het begin was had zich toch maar ontwikkeld tot het hedendaagse festival van formaat, waar de fine fleur van de vaderlandse popmuziek graag een moppie komt spelen.

En daar is niets aan gestolen. Niet groot geworden door pocherig gezwets of oeverloos gedagdroom. Maar door het vroeger zo verzuilde dorp te verenigen en gewoon de mouwen op te stropen, net wat hoger dan de rest.

‘Niks is onmogelijk’, werd de officiële slogan van het festival.

Maar dat was buiten corona gerekend.

Het nieuws van het afblazen van de editie van dit jaar was een bittere pil. Maar die werkelijkheid verbleekt bij de pijn die het virus veroorzaakt; angst en onzekerheid bij hen die ziek zijn geworden, hun bedrijf nog altijd vergrendeld zien, of geen bezoek mogen ontvangen – ook in ons dorp.

Toch hoop ik dat het regent met hemelvaart. Laat slagregens van moessonachtige proporties neerdalen op het festivalterrein, laat het stormen, zodat we rillend op de bank tegen elkaar kunnen zeggen: ,,Toch blij dat we binnen zitten, deze keer.’’

Ik zag net dat er fantastisch weer wordt voorspeld, maar dat kan in ons dorp nog veranderen.

Want niks is hier onmogelijk.

wieberen.elverdink@lc.nl

Twitter: @WElverdink

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct