Anne-Goaitske Breteler.

Nieuw Licht

Anne-Goaitske Breteler. FOTO LC

Vanaf een royaal gedekte eettafel keken ze me aan: de burgemeester en zijn vrouw. De bediende met het witte mutsje, en de jongen op de voorgrond. Het geheel viel wat in het donker van de lijst weg, maar desondanks stond ik afgelopen zomer voor een Dokkumer topstuk. Zelfs nationaal van grote waarde als het gaat om de representatie van ons slavernijverleden. Dat dit schilderij van Wigmana van zijn donkere plekje boven de radiator, binnenkort naar een expositieruimte van het Rijksmuseum zou afreizen, intrigeerde me mateloos.

In de documentaire Nieuw Licht, over de totstandkoming van de slavernij-tentoonstelling, wordt het belang van het Friese schilderij uitgelegd. Normaal gesproken is er maar weinig bekend over de handel in tot slaaf gemaakten, al helemaal vanuit de Oost. Toch blijkt het schilderij uit het hoge noorden een uitzondering.

Piet de Haan en Hans Zijlstra, fervente ‘sneupers’ van de Noordoost-Friese archieven, begonnen jaren geleden al met onderzoek naar dit werk uit 1697. Ze legden me uit dat het gaat om de geportretteerde burgemeester Julius Schelto van Aitzema en zijn tweede vrouw Sara van den Broeke. Sara speelt een belangrijke rol, want haar terugkeer uit Batavia, Oost-Indië, verklaart de herkomst van de tot slaaf gemaakten op het portret. Bijzonder genoeg vonden de ‘sneupers’ hun namen terug: Philander de Baron, zijn moeder Rosette van Sambauwa en Martha van Makassar. Vooral van Philander diepten ze veel op: hij trouwde rijk met de Friese Trijntje en schopte het tot executeur, hoofd van de politie in Dokkum.

Een groot deel van deze informatie hoor ik terug in de documentaire. Maar dit keer niet uit de monden van de onderzoekers zelf. We zien twee conservatoren van het Rijksmuseum in het Dokkumer stadhuis voor het schilderij staan. Ze vertellen hoe blij ze zijn met hun vondsten over Philander, Rosette en Martha. Het voelt een beetje misplaatst, omdat de echte onderzoekers, Piet en Hans, stil op de achtergrond blijven.

Eerder in de documentaire wordt nog zo de nadruk gelegd op het team van het Rijksmuseum, dat het als maatschappelijke taak ziet, om de institutionele verandering van perspectief te laten zien. Niet meer als elitair bolwerk, maar door bezoekers ertoe aan te zetten de collectieve schandvlek onder ogen te zien. Dat ze daarom ook samenwerkten met mensen buiten het museum, en zo het team divers en inclusief maakten.

Volgens mij zijn ze daarin vergeten dat diversiteit niet alleen binnen de stadsmuren gezocht moet worden. Als het om de nationale schuld van slavernij gaat, dan is het toch juist van belang om daar ook de uithoeken van het land bij te betrekken. En die bewoners dan niet te bejegenen als onwetende plattelanders.

Want het is precies daarom dat ik een slecht gevoel houd bij die scène in het stadhuis. In plaats van Piet en Hans als gelijkwaardige partij te zien en ze de credits te geven voor het gedegen werk dat ze deden, worden ze belerend toegesproken met – nota bene – hun eigen onderzoeksresultaten. In het belangrijke streven om de tot slaaf gemaakten weer een stem te geven, is het volgens mij essentieel dat we moeten voorkomen om medestanders onmondig op de achtergrond te laten staan.

agbreteler@gmail.com

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opinie
Column
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct