Ingrid van Engelshoven, demissionair minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, en Arie Slob, demissionair minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, tijdens een persconferentie over een deltaplan voor het onderwijs.

Niet de toekomstige generatie loopt achter, maar het ministerie van Onderwijs

Ingrid van Engelshoven, demissionair minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, en Arie Slob, demissionair minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, tijdens een persconferentie over een deltaplan voor het onderwijs. ANP SEM VAN DER WAL

Het is een van de woorden die sinds het uitbreken van de coronacrisis opduikt in kabinetsbrieven en krantenkolommen en het meest aan het denken zou moeten zetten: leerachterstand.

Het is het laatste wat je als kind of tiener in coronatijd wilt horen: je loopt achter op school. Het roept ook vragen op: ten opzichte van wie of wat dan? Hebben ze hun best niet gedaan? Zijn ze niet goed genoeg?

Voor een kind bestaat leerachterstand niet. Een kind gaat naar school, krijgt les, probeert z’n best te doen, neemt de ene dag wat meer op dan de andere, maar leert. De een maakt grote sprongen en pakt de lesstof snel op, bij de ander valt het kwartje wat later. Niets mis mee en van alle tijden.

Verkeerde woordkeuze

Onderwijsministers Arie Slob (ChristenUnie) en Ingrid van Engelshoven (D66) stellen liefst 8,5 miljard euro beschikbaar om, zo zeggen ze zelf, achterstanden in het onderwijs in coronatijd ‘verder te voorkomen’ en ‘studievertraging te compenseren’. Er komt geld voor ‘extra begeleiding’ voor studenten met een ‘moeilijke start’ op de arbeidsmarkt.

Dit taalgebruik verraadt hoe ze vanuit ‘Den Haag’ naar scholieren kijken. Ze zien geen kind of tiener van vlees en bloed dat een kans verdient op ontplooiing van talenten, maar een gat in een scoretabel dat gedicht moet worden.

Doemdenken

Wie spreekt in termen als ‘onderwijsachterstanden’ en ‘extra begeleiding’ benadert het probleem verkeerd. Het getuigt van doemdenken en legt de voortdurende drang om leerlingen met elkaar te vergelijken bloot. Kinderen en studenten die in coronatijd onderwijs volgen, passen niet in het dichtgetimmerde onderwijssysteem van niveaus en hokjes, zodat Slob en Van Engelshoven hun gemakshalve maar het stempel geven dat ze achterlopen.

Het woord leerachterstand is ook pesterig en schadelijk voor al die kinderen en scholieren die onder de zwaarst mogelijke omstandigheden willen leren. Het is een belediging voor ouders en leraren die zich in alle bochten wringen om kinderen te helpen zich te ontwikkelen. Leraren blinken uit in zelfgeproduceerde instructievideo’s, ouders maken ‘s avonds overuren om overdag hun kroost te helpen bij het maken van schoolwerk.

Kijk anders naar het onderwijs

Wie denkt in achterstand, creëert achterstand. Dat is precies wat het huidige onderwijssysteem doet. Iedereen moet evenveel leren op hetzelfde moment. Onvoldoendes worden onder een vergrootglas gelegd, ruime voldoendes blijven onbesproken. Wie zijn talenten wil ontplooien, moet eerst slechte prestaties opkrikken.

Bij de hardwerkende leraren is het besef er gelukkig wel. Zij weten wat een kind nodig heeft en dat je hen niet moet benaderen alsof ze een achterstand hebben.

Nu de miljarden van Slob en Van Engelshoven vooral voor de korte termijn zijn, is dit het moment om de blik op het onderwijs te heroverwegen. Niet langer een wedstrijd om iedereen naar een zo hoog mogelijke cijferlijst te jagen, maar een leerklimaat waarin leerlingen geholpen en gemotiveerd worden het beste uit zichzelf te halen. Niet de toekomstige generatie loopt achter, maar het ministerie van Onderwijs.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opinie
Commentaar
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct