Op de universiteit en de hogescholen is veel sprake van verengelsing.

Nederlands of peanuts?

Op de universiteit en de hogescholen is veel sprake van verengelsing. ANP

Toon ouderen een doosje Sunlight-zeep of een pakje margarine van Blue Band en laat hen die merknaam eens voorlezen. Luister goed, want Engelse woorden werden vroeger steevast verbasterd zodat het een beetje Nederlands klonk. Veel mensen hadden het dan ook over ‘sunlicht’ en ‘bleu-band’.

,,Koopers en verkoopers weten dikwijls niet hoe zij de woorden moeten uitspreken’’, schreef historicus W.R. Menkman in 1939 in het maandblad Onze Taal . Hij verketterde Engelse merknamen en noemde hierbij ook Palmolive-zeep: ,,Wanneer zal in ons land een beweging ontstaan tegen het koopen van goederen welke, onnoodig, onder vreemde namen aangeboden worden?’’

De Engelse naam bleef, maar Palmolive koos na de Tweede Wereldoorlog verrassend voor Friestalige reclame. ,,Mear as sjippe, in optsjeppingsmiddel’’, zo adverteerde de fabrikant in 1949 in de Leeuwarder Courant . Blijkbaar was het belangrijk om de klant in de eigen taal aan te spreken.

In de decennia daarna werd Nederland overspoeld met Engelse leenwoorden. Dat leidde opnieuw tot debat, maar de meeste taalkundigen maakten zich niet druk. De geleende woorden uit het Frans, Latijn en Grieks hadden de structuur van het Nederlands immers ook geen schade toegebracht. Zolang onze grammatica intact bleef en iedereen Nederlands sprak, zagen zij weinig reden tot zorg.

Pas de laatste jaren is dit veranderd. Het Engels verovert zo onstuimig terrein dat het Nederlands in een ondergeschikte positie belandt. De activistische stichting Taalverdediging vecht fel tegen de verengelsing en in de Haagse politiek groeit het ongemak ook, van links tot rechts. Het Friese Tweede Kamerlid Harry van der Molen (CDA) ontwikkelde zich de laatste jaren tot een belangrijk gezicht van de strijd tegen de verengelsing op de universiteit en de hogescholen.

Pas wanneer je in de supermarkt goed om je heen kijkt, dringt door hoe ver het Engels al is opgerukt. Op een flesje zeep van Palmolive of Nivea is het Nederlands alleen nog in kleine lettertjes terug te vinden. Heineken verkoopt zijn bier als lager en Duyvis staat met roasted almonds en salted peanuts in de schappen.

De zogenaamd oer-Hollandse Hema lijkt zich al jaren voor te bereiden op een Amerikaanse overname. Noten worden als nuts verkocht en wie zijn tanden wil poetsen, vindt alleen nog toothpaste . Ja, de borrelnootjes en stroopwafels zijn er nog wel, als kneuterig aandenken aan de tijd dat onze winkels nog Nederlandstalig waren.

Voorlopig plakken de Nederlandse supermarktketens nog dapper Nederlandstalige etiketten op hun eigen merken, maar hoe lang nog? Het wordt hoog tijd voor een maatschappelijk debat. Hoe ver mag de verengelsing nog gaan? Waar stellen we onze grenzen? Als we dat nalaten, zal het Nederlands binnen afzienbare tijd volledig verdwenen zijn uit onze winkelstraten.

commentaar@lc.nl

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 4,99 per maand. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct