Met het angstzweet in de bilnaad las ik donderdag in deze krant een stuk van FNP-politicus Aant Jelle Soepboer.

De Randstad is failliet, schreef hij, huizen zijn er zo langzamerhand onbetaalbaar en daardoor komen westerlingen nu in drommen met aanhangwagens vol huisraad de Afsluitdijk over.

Friese woningzoekers worden verdrongen door dure jongens en meisjes uit de rest van het land en daarom moeten we huizen gaan bouwen, vindt Soepboer. Niet alleen in Drachten, Heerenveen en Leeuwarden maar juist ook in de dorpen waar de woningnood misschien nog wel hoger is dan in de stad.

Tot zover knikte ik goedkeurend, maar daarna kwam de klap, de schaamte, het zweet.

Voor een snufje morele superioriteit moet je natuurlijk bij de mienskip zijn die nog eerlijke zwarte niks-aan-de-hand-filterkoffie drinkt

Want denk erom beste mensen uit de Randstad, schreef Soepboer. Jullie zijn heus welkom, maar bedenk dat het hier anders is dan je gewend bent. Wij gieten geen hartjes in het schuim van onze cappuccino’s. Wij drinken onze koffie gewoon zwart en dat doen we niet in een cafe, zoals je in de stad misschien gewend bent, maar gewoon bij de buren.

Ook spreken we onze eigen taal of dialect, schieten we graag met carbid en jakkeren we rond op cross-brommers. Wonen in de regio vraagt daarom aanpassingsvermogen, zo waarschuwt Soepboer randstedelingen alvast, en geen ,,hâlding fan morele superioriteit’’.

Och ja, zei ik tegen mezelf. Voor een snufje morele superioriteit moet je natuurlijk bij de mienskip zijn die nog eerlijke zwarte niks-aan-de-hand-filterkoffie drinkt.

Bij Soepboer ook die ons oproept om onze pure manier van leven, ook na de toestroom van westerlingen, trouw te blijven. Wees niet bang maar maak er het beste van, schrijft hij bezwerend. Houd vast aan je eigen normen en waarden, aan je cultuur en ,,boppe-al oan jimme taal’’.

Alsof dat zo moeilijk is, dacht ik. Mijn eigen kleine dorp wordt al decennia lang minstens voor eenderde door niet-Friezen bewoond en tijdens vergaderingen van Dorpsbelang praten we probleemloos Fries en Nederlands door elkaar heen. Als we zin hebben kunnen we in de theetuin even verderop van een cappuccino nippen en wie helemaal van God los is kan er heremijntijd zelfs een muntthee bestellen met een bos verse blaadjes erin.

Of er een hartje in het cappuccinoschuim staat, weet ik zo gauw even niet, maar we hebben internet en verharde wegen en alle westerlingen in het dorp zijn net mensen.

Laatst bijvoorbeeld brak de klink van onze kelderdeur af. Machteloos keken we naar de dichte deur waarachter de stofzuiger en wc-rollen en blikken doperwten stonden en even later draafden we paniekerig naar buurman R., die lang, lang geleden vanuit het Westen naar het Friese vlakke land verhuisde. R. kwam terstond, liet een slang met een cameraatje door het klinkgat zakken, tuurde er neuriënd mee naar binnen en wipte het slot even later met een schroevendraaier omhoog.

Daarna nam hij het kapotte mechaniek mee naar zijn werkplaats, repareerde de boel en een uurtje later zat alles weer in de deur en konden we weer stofzuigen en doperwten opwarmen. En nee, R, wilde niks hebben. ,,Als jullie me er iets voor geven, een cadeautje of geld, kijk ik jullie nooit meer aan’’, zei hij.

Daar moest ik dus aan denken toen ik het bekrompen cappuccino-stuk van Soepboer las. Ik schaamde me. En ik reken op nieuw bloed. Veel, vers, nieuw bloed voor de muffe Fryske mienskip.

j antien.de . boer@lc.nl

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opinie
Column
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct