Blindegeleidemens

Mondkapje

Blindegeleidemens FOTO ANNET EVELEENS

Er was eens een lief meisje dat van haar grootmoeder een kapje had gekregen van rode zijde. Omdat ze het vanwege de veiligheid nooit afdeed, noemden de mensen haar: Mondkapje.

Op een dag zei moeder: ,,Kom, Mondkapje, breng deze koekjes en een fles wijn eens naar grootmoeder. Maar blijf op het pad en hou voldoende afstand.”

In het bos kwam Mondkapje de coronawolf tegen. ,,Waar ga jij heen, Mondkapje?’’ - ,,Naar grootmoeder.’’ De coronawolf zei: ,,Kijk eens naar die mooie bloemetjes die overal in het bos bloeien.’’ Mondkapje dacht: ,,Als ik die voor grootmoeder pluk, is ze daar vast blij mee.’’

Terwijl zij van het pad afging, snelde de coronawolf naar het huisje van grootmoeder en klopte aan, ,,Wie is daar?’’, vroeg grootmoeder. ,,Mondkapje, met koekjes en wijn.’’ - ,,Druk maar op de klink dan gaat de deur vanzelf open.’’

Zonder een woord te zeggen ging de coronawolf naar binnen waar grootmoeder in haar bed lag en verslond haar. Hij trok haar kleren aan, zette haar muts op, ging in het bed liggen en sloot het kuchscherm.

Toen Mondkapje genoeg bloemen had geplukt ging ze naar grootmoeder. Ze zag grootmoeder met de muts ver over haar gezicht en zei: ,,Grootmoeder, wat heb je grote oren.’’ - ,,Daarmee kan ik je beter horen.’’ - ,,Maar grootmoeder, wat heb je grote ogen.’’ - ,,Daarmee kan ik je beter zien.’’ - ,,Maar grootmoeder, wat heb je grote handen,’’ - ,,Daarmee kan ik je beter beetpakken.’’ - ,,Maar grootmoeder, wat heb je je grote tanden.’’ - ,,Dan kan ik je beter opeten!’’ Nauwelijks had de coronawolf het gezegd of hij sprong uit bed en verslond Mondkapje.

De moraal: laat je over mondkapjes geen sprookjes vertellen.

asing.walthaus@lc.nl

menu