Jantien de Boer

Mondkapje

Jantien de Boer FOTO ANNET EVELEENS

Over het fietspad suisde ik naar Leeuwarden. Langs een dooie woerd, aan gort gehakt door een windmolen. Langs uniseksechtparen op elektrische rijwielen. Langs bankjes met thermosfleswandelaars.

Over het fietspad suisde ik naar Leeuwarden. Langs een dooie woerd, aan gort gehakt door een windmolen. Langs uniseksechtparen op elektrische rijwielen. Langs bankjes met thermosfleswandelaars.

Langs, och jeetje mina, een visser met een wit mondkapje op.

Als een gemuilkorfde blauwe reiger stond hij roerloos aan de rand van het Van Harinxmakanaal. ,,Hoeft niet’’, wilde ik naar hem roepen. ,,Doe dat ding lekker af. Je staat alleen. In het winderige grote niets.’’

Maar bij nader inzien vond ik dat ik me er niet mee mocht bemoeien. Misschien had hij wel astma. Of kanker. Of copd. Of iets anders ergs. Ik had niet het idee dat hij tips van potentieel besmettelijke buitenstaanders op prijs stelde.

Bovendien is het laatste woord over mondkapjes nog niet gezegd.

In België moeten alle kinderen en leraren vanaf 18 mei een mondmasker dragen. En iedere Belg krijgt een stoffen exemplaar van de regering, voor in het openbaar vervoer of in de supermarkt.

Al in maart publiceerde de Belgische Federale Overheidsdienst Volksgezondheid een naaipatroon voor zelfmaak-maskers.

En nee, ik woon niet in België, maar aan de kast bij ons in de gang hangen alvast drie Vlaamse modelletjes. Voor je weet maar nooit. Eentje met hartjes erop, een met ananassen en een neutraal jeansmodel, voor saaie vergaderingen.

Stuk voor stuk vakkundig in elkaar gezet door Dinie van naai-atelier De Klos omdat het zuurstofgehalte in mijn bloed alleen al bij het zien van een naaimachine gevaarlijk daalt.

In de vroege oudheid kocht ik een instapmodelmachine bij een Leeuwarder vakhandel, maar ik naai alles scheef of per ongeluk aan elkaar vast. En met mijn 50-plus en min-7 krijg ik de draad inmiddels niet meer in de naald.

Daarom deed ik dus mijn bestelling bij Dinie.

Maar thuis moesten ze keihard lachen toen ik gemaskerd boodschappen wilde doen. En N., die ik gisteren voor het eerst in weken zag, vond mondkapjes aanstellerig.

,,Ben je bang?’’, vroeg hij. ,,Ik niet. Ik ben schoon.’’

,,Ik ben ook schoon, ik douch best vaak en ik probeer in deze tijd van grote veranderingen minder te snoepen zodat ik hopelijk, je weet maar nooit, iets meer overlevingskans heb op de intensive care’’, wilde ik piepen, maar N. fulmineerde over deze coronatijd, waarin je precies kunt zien wie van de angstige soort is en wie niet.

,,Gewoon goed je handen wassen’’, doceerde hij. ,,En niet aan je gezicht zitten.’’ Gewoon een beetje supermensachtig flink zijn dus, dacht ik. En je eigen plan trekken.

Eigenlijk net als die stoïcijnse visser langs de kant van het kanaal die bij nader inzien dapperder is dan ik.

Als ik nu naar links kijk zie ik mijn mondkapjes hangen en ik voel het aan mijn water. Ik ben er te laf voor.

jantien.de.boer@lc.nl

menu