Drukte bij een corona teststraat van de GGD.

Microbioloog UMCG: 'De PCR-test is echt zo gek nog niet'

Drukte bij een corona teststraat van de GGD. Foto: Rob Engelaar

Er is ten onrechte veel ruis over de PCR-techniek, die gebruikt wordt om een besmetting met het Sars2-coronavirus op te sporen. Het is echter wel degelijk een beproefde methode om virussen aan te tonen. Dat schrijft Bert Niesters dit weekend in de een opiniestuk in de Leeuwarder Courant. Hij is hoogleraar medische microbiologie en verbonden aan het UMCG.

Toen ongeveer 30 jaar geleden de PCR-techniek werd bedacht, werd het mogelijk om een virus heel nauwkeurig aan te tonen. Het zoeken naar een virus is als het zoeken naar een naald in een hooiberg, maar de PCR-techniek kopieert een specifiek deel van een virus, waardoor de naald, of een deel ervan, wel een miljard keer vergroot wordt. Dan is het geen kunst om die naald te vinden.

Ziekteverwekkers detecteren

De PCR-techniek wordt op vele vlakken gebruikt. Om bloed en bloedproducten te testen zodat er geen hepatitis B of hepatitis C of HIV in zit. Om op de Eerste Hulp snel luchtwegvirussen aan te tonen zodat we weten of de patiënt in isolatie moet. Om er virussen mee aan te tonen die kanker veroorzaken.

En soms ontstaat er een nieuw virus of een nieuwe variant van een virus, waarvoor dan heel snel een nieuwe test moet worden ontwikkeld. Zo is de PCR-techniek heel erg effectief in het detecteren van ziekteverwekkers en afwijkingen die jaren geleden nog niet eens bekend waren.

De waarheid spreken

Al die tests moeten natuurlijk wel de waarheid spreken. Dat controleren we regelmatig door gebruik te maken van kwaliteitsmonsters. Samen met Britse collega’s hebben wij een kwaliteitscontrole opgezet om ervoor te zorgen dat we onafhankelijk laboratoria kunnen toetsen.

Deze organisatie – QCMD, Quality Control in Molecular Diagnostics – werkt vanuit Glasgow en is een van de grootsten in Europa. Monsters waarvan de laboratoria niet weten of er virus in zit (of hoeveel virus), worden gedeeld en de uitslagen worden met elkaar vergeleken.

1 miljoen geïnfecteerden

De afgelopen jaren hebben we een aantal nieuwe virussen leren kennen waarbij de PCR-techniek een essentiële bijdrage heeft geleverd. Op dit moment denken we natuurlijk allemaal aan het Sars2-coronavirus. Per week komen er minstens 1 miljoen geïnfecteerden bij. Vandaag (25 augustus 2020) staat de teller op 23.729.008 en op 815.248 doden.

Bijna alle bekende geïnfecteerden hebben een diagnose gekregen dankzij een PCR-test. Maar hoe langer deze pandemie duurt, hoe meer misleidende verhalen er ontstaan over de betekenis van de PCR-test. Er gaat bijvoorbeeld een verhaal rond dat er veel (alle?) uitslagen vals positief zijn en dat je maar een deel van het virus aantoont. En toch is de werkelijkheid anders.

Inderdaad toon je met de test maar een deel van een virus aan, maar de techniek is zo specifiek dat je zeker geen ander verkoudheidsvirus aantoont, maar uitsluitend het Sars2-coronavirus dat Covid-19 veroorzaakt. Het stukje van het virus dat wordt gebruikt in de test is eigenlijk vergelijkbaar met een vingerafdruk, of de irisscan van een oog. Uniek! De PCR geeft je in enkele uren een resultaat.

Dan zijn er diverse uitslagen mogelijk: geen virus aangetoond (negatief), virus aangetoond (positief) of ‘ik weet het niet’.

Valkuil

Niet bij iedere cliënt die het virus bij zich draagt (het zijn nog geen patiënten) wordt het virus aangetoond. Het monster kan verkeerd zijn afgenomen. Bij de meeste mensen zit het virus in de neus en de keel, maar er zijn ook cliënten die niet positief zijn in luchtwegmateriaal, maar wel in de ontlasting. Het kan ook zo zijn dat de hoeveelheid virus lager is dan de test kan meten. En dat deze cliënt een paar dagen later, of zelfs de volgende dag, wel positief is.

Dit is een valkuil als je passagiers gaat testen voordat ze in het vliegtuig stappen of profvoetballers voordat ze aan een wedstrijd beginnen. Vandaag kan de test negatief zijn, maar morgen wel degelijk positief.

De positieve cliënt

Dan de duidelijk positieve cliënt. Deze gevallen zijn makkelijk, want de hoeveelheid virus in deze mensen is hoog, dat komt niet zo maar aanwaaien! Dat wil niet zeggen dat de cliënt hier heel ziek van is. Niet iedereen met een positieve PCR-test belandt in het ziekenhuis of op de ic. Dit is afhankelijk van een aantal factoren en leeftijd lijkt er eentje te zijn. Of onderliggende ziektes, of gewoon domme pech.

De uitdaging zijn de gevallen tussen negatief en positief. Dit is de analytische ondergrens van je test. Een zwak signaal. Ik noem ze ‘NTB’ of ‘Niet Te Bepalen’. Dan moet de cliënt opnieuw een sample insturen. Ik schat dat dit bij ongeveer een half procent van de uitslagen het geval is. Sommige cliënten die een ‘NTB’-uitslag krijgen, zijn de volgende dag positief. Dan is het duidelijk, dan hebben we de dag ervoor een hoeveelheid virus opgepikt die net op het randje zat van wat de test kon signaleren.

Niet zwart-wit

Vaker is de cliënt de volgende dag negatief en dan vraagt iedereen zich af hoe dat kan. Maar dit is wat er gebeurt in de menselijke biologie. Het is niet altijd zwart-wit. En dat halve procent van alle testen is natuurlijk niet veel. Het wordt pas een probleem als je heel veel mensen gaat testen die een heel lage verdenking hebben op een Covid-19-infectie, zoals die voetballers of wielrenners.

Ik lees ook de berichten van vals positieve uitslagen in de sportwereld. Regelmatig testen en dan ineens een keer positief en vervolgens negatief. Maar als ik elke dag duizend mensen ga testen die geen enkel teken hebben van Covid-19, dan zullen dus vijf van die mensen een ‘NTB’, dus ‘niet te bepalen’ uitslag hebben. Is dit een probleem van de test? Misschien wel, maar je roept dit soort problemen ook over jezelf af als je heel veel mensen zonder klachten gaat testen.

Ervaringsdeskundige

W aarom schrijf ik dit? Ik ben ervaringsdeskundige en heb een infectie met het Sars2-coronavirus doorgemaakt in maart. En werd uiteindelijk ziek. Ik wist dat ik in contact was geweest met een bron en heb me laten testen. Gemakkelijk in je eigen laboratorium. Op vrijdag de diagnose ‘NTB’. In de praktijk betekent dit dus ofwel minder dan 100 virus RNA-deeltjes per druppeltje, of niks.

Maandag er opvolgend opnieuw getest. Uitslag rond de 1000 miljard deeltjes! Een paar miljard meer of minder maakt dan niets meer uit. Ik was niet ziek, dat duurde nog een week. Snotverkouden werd ik toen. Geen koorts. Wel mijn echtgenote besmet (geen anderhalve meter afstand gehouden, dus). Zij werd een week later ziek. Hoge koorts, benauwd (ik niet), bijna in het ziekenhuis beland.

We waren beide meer dan vier weken positief volgens de PCR-techniek, maar de hoeveelheid virus ging in aantal partikeltjes langzaam naar beneden. Uiteindelijk naar niet-detecteerbaar. Nu, maanden later, hebben we wel nog klachten, maar het gaat wel langzaam terug naar normaal. We hebben geen virus meer, wel antistoffen.

Deskundigen

Er wordt van alles gezegd en geschreven en beweerd over het aantonen van het virus met de PCR. Maar zoals met veel dingen is de PCR-techniek zeker nuttig als je je verstand gebruikt. Blijkbaar zijn er deskundigen die een andere mening hebben. Ook dat is de realiteit. En het maakt klaarblijkelijk niet uit of je ervoor gestudeerd hebt, of niet. Deskundigen heb je in alle soorten en maten.

Bert Niesters is hoogleraar medische microbiologie en verbonden aan het UMCG.

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct