Landschap verdient meer stem in het toekomstige beleid

De biodiversiteit van de ‘Wâlden’ doet niet onder voor die van een flink natuurgebied. FOTO ARCHIEF LC/JILMER POSTMA

Op 31 maart buigen de Provinciale Staten zich over het toekomstige landschapsbeleid. Laten we de logica van het gevarieerde Friese landschap benutten bij de ontwikkelingen die ons wachten.

Het is in deze periode niet makkelijk om vanuit het Provinsjehûs de juiste beslissingen te nemen over het landschap. Er komt veel op het Friese landschap af, zoals de energie- en landbouwtransitie, klimaatmaatregelen en de woningbouwopgave.

Gelukkig ziet de provinsje dit zelf ook en is ze daarom begonnen met de start van nieuw beleid op het gebied van landschap, de Startnotitie Programma Landschap. Hoewel nieuw landschapsbeleid hard nodig is, is het toch dapper, want de laatste vijftien jaar is er door de provinsje Fryslân vooral afwachtend beleid gevoerd.

Fryslân heeft een rijk landschap. Denk aan de kleigebieden van Oostergo en Westergo, de eilanden, het veengebied met de meren van It Lege Midden en op het zand Gasterlân, de Noardlike Fryske Wâlden en de Stellingwarven. Allemaal regio’s met een eigen karakteristiek cultuurlandschap. Maar dat historische landschap is kwetsbaar.

Logica van het landschap

Het cultuurlandschap is het speelveld van ontwikkelingen. Geruisloos verdwijnt hier een kronkelende sloot, verrijst er daar een zonnepark en is een oude dijk onderhevig aan slijtage. Het landschap vervlakt en verliest stukje bij beetje het onderscheidende karakter. En daarmee verliezen we een deel van onze regionale identiteit. Tien jaar geleden kreeg Fryslân de titel ‘Mooiste Provincie van Nederland’. Vanwege de hoeveelheid oorspronkelijke kavelgrenzen, zoals singels, houtwallen en slootjes.

Is er dan geen perspectief, geen hoop? Natuurlijk wel. Het cultuurlandschap is ontstaan als wisselwerking tussen mens en natuur en bediende zowel de mens als de natuur. Daar waren onze voorouders goed van doordrongen. Landschapselementen zoals greppels en sloten speelden een rol tegen verdroging en houtwallen en singels zorgden voor beschutting en gingen verstuiving tegen.

Een herontdekking van deze logica van het landschap kan ons helpen tegen perioden van overmatige regenval en langdurige droogte. Oftewel een klimaatbestendig cultuurlandschap. Willen we er een hek omheen zetten en een strik omheen doen? Echt niet! Maar laten we de logica van het landschap benutten bij de vele ontwikkelingen die ons te wachten staan.

Boer als beschermheer

Alle boeren die actief zijn in het Nationaal Landschap van de Noardlike Fryske Wâlden werken al tientallen jaren met landschap als belangrijk onderdeel in hun bedrijfsvoering. Een beheervergoeding helpt hen daar terecht bij. Veel planten en dieren zijn afhankelijk van landschapselementen. De biodiversiteit van de ‘Wâlden’ doet niet onder voor die van een flink natuurgebied.

Tegelijkertijd kan het toekomstige cultuurlandschap ingezet worden voor maatschappelijke diensten. Denk aan de opslag van CO2, het wegvangen van fijnstof voor schone lucht, schoon water, biodiversiteit en een aantrekkelijk landschap voor wonen en recreatie. Bovendien neemt het herstel van landschapselementen maar weinig kostbare ruimte in beslag.

Hierin kan dus een belangrijke sleutel liggen voor heel veel toekomstige opgaven. Het landschap levert voordelen aan de boer en de maatschappij betaalt voor geleverde landschapsdiensten. Per saldo is dit dus winst voor boeren en tegelijk voldoen ze daarmee aan toekomstige vergroeningsverplichtingen waar de EU op aan lijkt te sturen.

Kiezen voor toekomst

Op 31 maart is het aan de Provinciale Staten om te kiezen voor een toekomstig Fries landschapsbeleid. De intentie is er om toekomstige ontwikkelingen ‘landschapsinclusief’ aan te pakken. Maar dat is niet genoeg. Ons eeuwenoude cultuurlandschap is ons goud. En het is zodanig veronachtzaamd dat het nu eerst investering nodig heeft om de geleidelijke achteruitgang om te zetten in een levend cultuurlandschap.

Door jaarlijks budget beschikbaar te stellen voor investeringen in het landschap kan bovendien de benodigde cofinanciering voor Europese, nationale of regionale subsidies worden verzilverd. Elke provinciale euro die beschikbaar wordt gesteld, wordt zodoende vermenigvuldigd. Met structureel geld kan, daar waar geen grote ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden, ook geïnvesteerd worden in het landschap. Extra financiering is een logische stap om te komen tot een aantrekkelijk, karakteristiek, biodivers én klimaatbestendig landschap in heel Fryslân.

Fryslân moat moai bliuwe, blinder. Dêr hawwe wy mei ús allen wat oan! De oplossing ligt wat ons betreft in de samenwerking tussen de Friese overheid, de boer en ons als landschapsorganisaties. Ieder met z’n eigen verantwoordelijkheid en kwaliteiten.

Wiebe Bouma is kwartiermaker bij Landschapsbeheer Friesland. Hans van der Werf is directeur van de Friese Milieu Federatie. Henk de Vries is directeur van It Fryske Gea.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opinie
Opinie