Wieberen Elverdink.

Kostbaar verbond

Wieberen Elverdink. FOTO MARCEL J. DE JONG

Kind 1 en 2 zaten eindelijk achter in de auto, de sleutel stak al in het contact. We hadden allemaal het zweet op de rug en waanden ons klaar voor vertrek, toen we ons ineens realiseerden dat we niet compleet waren. Waar was telg 3?

Mokkend en zuchtend terug het huis in, want wéér zou het een race tegen de klok worden. Waarom moest het nou zo, als we als gezin bij iemand op visite gingen, een uitje wilden maken, boodschappen moesten doen – waaróm?

Een schreeuw naar zolder: niks.

De wc dan? Ook niet.

Ik stond op het punt te gaan stampvoeten, toen ik vanuit de hoek van de kamer iemand traag een bladzijde hoorde omslaan.

Daar lag-ie, roerloos op de bank, zijn sliertige puberledematen opgefrommeld in een comfortabele foetushouding. Ik zag hoe alleen zijn ogen bewogen, links-rechts, links-rechts, glijdend over het papier, niks in de gaten van het haast- en vliegwerk dat zich minuten geleden om hem heen had afgespeeld. Spoorslags maakte mijn ergernis plaats voor jubel.

Hij las. Hij lás. HIJ LAS!

Terwijl wij waren opgegaan in gedraaf, was hij stilletjes begonnen in het boek dat we een week eerder samen hadden gekocht. Het was een hernieuwde poging geweest een alternatief te vinden voor de vluchtige verlokkingen van het blauwe licht, dat schreeuwerige TikTok voorop. Hij had in de boekwinkel gebiologeerd naar de glanzende kaft gekeken, Harry Potter en de Steen der Wijzen , en ik hoopte dat de tovenaarsleerling zijn magische werk zou doen.

Ja dus. Al was Harry’s timing in dit geval ronduit ongelukkig.

Maar, zo bedacht ik, waren dat niet altijd al de allermooiste en spannendste momenten geweest om te lezen? Wanneer het eigenlijk niet kon of mocht? Wanneer er eigenlijk geen tijd voor was? Wanneer heit en mem je bij het naar bed brengen uitdrukkelijk hadden gemaand het licht niet meer aan te doen?

En daar was ik ineens weer in het boekenhokje van mijn al lang geleden gesloopte basisschool, een geheim lezershol, ver weg van het kindergejoel.

Zodra bij het groepslezen ons boek uit was en er nieuwe gehaald moesten worden, dan wierp ik mij graag op. Want dan mocht je naar dat benauwde, maar fijne voorraadkamertje aan het begin van de gang. Het rook er naar potloodslijpsel en kaftfolie. Een mager peertje aan het plafond wierp zacht oranje licht op grote hoeveelheden met postelastiek samengebonden stapeltjes boeken – flonkerende klompen erts in een donkere mijn.

Het was de bedoeling dat je hier zo kort mogelijk was – stapeltje terug leggen, nieuw stapeltje pakken en klaar – maar ik verloor mezelf er meermaals. Dan ontdeed ik het gebundelde kinderproza van het elastiek en kwam van bladeren al gauw lezen, heimelijk en vlug, tegen de klippen op desnoods, want elk moment kon iemand het kamertje binnenvallen om te kijken waar die jongen van Elverdink bleef. En daarmee verbrak diegene het stiekeme, kostbare verbond tussen kind en verhaal.

Telg 3 op de bank schrok nogal van mijn plotse verschijning en de leegte die hij om zich heen aantrof. ,,Huh? Waar zijn de anderen?’’, vroeg hij. ,,Gaan we weg of zo?’’

,,Straks’’, zei ik. ,,Lees eerst maar rustig die bladzijde uit.’’


wieberen.elverdink@lc.nl

@WElverdink

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct