Jantien de Boer.

Jantien: Sven

Jantien de Boer.

Dat ik een vergadering had toen Sven reed? Och. De laatste keer op natuurijs krukte ik huilend over de Snitser Mar en Sven leek me altijd zo’n getverderrie, nou ja zo’n typische winnaar.

Sven mocht op de middelbare school waarschijnlijk altijd teamleider zijn. En ik denk dat hij mij dan zuchtend, nou vooruit, als een-na-laatste had gekozen.

Misschien had ik tijdens volleybal heus vergeefs, met de tong uit mijn mond, geprobeerd om de bal over het net te slaan maar ik vermoed dat ik niet meer dan een ijskoude blik van Sven had geoogst.

Ik hoor hem nu, terwijl ik dit schrijf, zelfs geërgerd sissen terwijl ik mijn arme rooie opslaghand wrijf van die gore bal die er zo vals zacht uitziet.

Dus nee, ik keek niet toen Sven de 10 kilometer reed. Ik vind het mooi voor winnaars als ze winnen, maar ik kan me er niet mee identificeren. De enige vangbal uit mijn hele slagbalcarrière was een bijna goddelijk wonder. Ik stond in de zon op het sportveld en stak net lamlendig mijn armen in de lucht toen de bal in mijn handpalm vloog en mijn vingers zich in een reflex sloten.

Ik hoop maar dat Sven even bij iemand op schoot mocht zitten

Even hoorde ik erbij. Ik denk 7 seconden. Daarna was alles weer gewoon middelmatig.

Maar halverwege mijn bespreking begreep ik dat Sven zesde was geworden. En ’s avonds hoorde ik hem zeggen dat hij het ,,onwijs klote’’ vond. Of hij niet de neiging had om ,,alles in elkaar te schoppen’’, vroeg Bert Maalderink. ,,Tuurlijk doe ik dat niet’’, antwoordde Sven. ,,Ik heb er alles aan gedaan, maar het was gewoon niet goed genoeg.’’

Bert zei ineens dat hij Sven een echte man vond. En Sven, vast bang dat hij een tongzoen van Bert zou krijgen, murmelde dat hij liever goud had gehad.

Ik dacht aan Bart Veldkamp, de Haagse branieschaatser, die laatst in een uitzending van Andere Tijden sprak over faalangst. Hij leek een winnaar, hij was er zelfs een, maar in dat lijf met die dijen zat ook een paniekerig jongetje, stervensbenauwd om af te gaan.

Omdat hij bange bibberbeentjes had liet hij zich opzettelijk vallen tijdens een kwalificatiewedstrijd voor het EK van 1990.

Zo eng is schaatsen.

Erica Terpstra vond de zesde plaats heel erg voor Sven. Ik hoor je Erica, zei ik tegen het televisiescherm. Ik snap wat je bedoelt, en ik weet dat je nooit tegen een topsporter mag zeggen dat het ook knap is als je zesde wordt maar het is natuurlijk wel zo.

Het is al een prestatie als je start. Zelf zou ik me, overmand door emoties, reeds voor de streep laten vallen. Net als driekwart van alle Nederlanders. Dus ik hoop maar dat Sven donderdagmiddag even bij iemand op schoot mocht zitten. En dat hij daarna een potje Monopoly heeft verloren en starnakel werd, en een lachkick kreeg om Erica, Bert, ons en alles.

Wel doen hoor jongen.

Ik werd met zere enkels van de Snitser Mar gehaald, en ik voer er ook wel bij.

jantien.de.boer@lc.nl

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 4,99 per maand. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct