In echte Fries

Anne-Goaitske Breteler. FOTO LC

Al een paar weken wordt er gewerkt aan de weg tussen Ternaard en Holwerd. Eerst het fietspad, nu de autodijk.

Ze hebben de grond behoorlijk toegetakeld, maar sinds kort is mijn wandelroute weer begaanbaar. En doordat de bermen omgeploegd zijn, levert dat – mede door het warme weer – bijzondere vondsten op. Het begon met een afgebroken stukje servies, volgens mij van een sierbord, met een blauwe schildering van een boerenerf erop. Daarna viel mijn oog nog op een tegelrestant, afkomstig van een van de boerderijen die ooit vlakbij hebben moeten staan.

Met die stukjes tastbare geschiedenis liep ik naar huis. Ondertussen stelde ik me voor hoe het er destijds in die Friese boerengezinnen aan toe ging. Hoe ze gebruik maakten van de voorwerpen die ik misschien wel honderd jaar later in mijn jaszak had gestopt. Inspiratie voor zo’n gezin, met waarschijnlijk een doortastende vrouw des huizes en een hardwerkende boer op het land, haal ik momenteel uit de boeken van mijn overgrootvader Reinder Brolsma. In een van de delen van zijn trilogie It Heechhôf, beschrijft hij hoe het pasgetrouwde stel Richt en Bokke een boerderij tussen de Mieden en het Aldlân betrekken. Zijn werk uit 1938 beschrijft een vervlogen tijd.

Soms, als iets van toen samenvalt met iets van nu, lijkt dat verleden ineens tastbaar. Tijdens mijn studie Publieksgeschiedenis leerde ik dat het gevoel dat daarbij opgeroepen wordt een ‘historische sensatie’ heet. De historicus Johan Huizinga bedacht de term en wilde ermee duiding geven aan de emotie die geschiedenis kan oproepen. Het kan alleen best zijn dat zo’n gevoel gebaseerd is op een onjuiste beeldvorming van het verleden. De voorstelling die ik heb van de vroegere boerengezinnen zal ongetwijfeld veel te romantisch zijn. Toch kan ik me daardoor wel even verliezen in een plek die me weghaalt van het hier en nu, terwijl het me daar ook mee verbindt.

Daarom is dat proces van authentiseren nog altijd zo populair. We zien immers graag dat sommige stammen of volkeren onveranderd blijven. Denk maar eens aan de tripjes die aangeboden worden in bijvoorbeeld Kenia of op Bali. Toeristen kunnen een ‘authentieke’ ervaring van de locals opdoen. Achteraf gaat het dan vaak om betaalde krachten die hun traditionele kostuums aan het einde van de werkdag meteen weer uittrekken.

Soms heb ik het idee dat er vanuit de stad ook op zo’n manier naar het platteland gekeken wordt. De laatste tijd hoor ik steeds vaker dat stedelingen ‘teruggaan naar de roots’, op zoek naar rust en een iets ‘simpeler’ bestaan. Ik vraag me dan altijd af hoe erg het zal verschillen wanneer diezelfde mensen hier als ‘digital nomads’ achter hun laptop in hun buitenverblijven werken, ten opzichte van de flexplekken in de stad. Misschien is het inderdaad dan de omgeving, waar zij net zoals ik, nog redelijk onschuldig een clichématig beeld kunnen vormen van onze gezamenlijke geschiedenis. In dat geval nodig ik ze van harte uit. We hebben net een nieuw fietspad tussen Holwerd en Ternaard, weinig authentieks aan, maar plek genoeg!

agbreteler@gmail.com