Het valt niet mee om rustig te blijven ademen. Om kalm te denken: Och ja, zo gaan die dingen. Om onthecht te constateren dat mensen nu eenmaal weer toe zijn aan lolletjes.

Laatst nog hoorde ik iemand opnieuw zeggen dat ze ‘helemaal klaar is met corona’. Ik knikte bedaard en dacht stiekem: ,,Dat mag dan zo zijn, maar de natuur is nog niet klaar met jou, en met mij, en met iedereen.’’

Het virus heeft geen boodschap aan mensen die ‘gewoon weer lekker willen leven’. Het waart rond, zoals een virus nu eenmaal doet. Ook als je er geen zin meer in hebt.

En er mogen dan steeds meer mensen opstaan die alle maatregelen zat zijn maar dat zal het coronavirus een worst zijn. Alleen omdat jij er schoon genoeg van hebt, denkt het niet: Och, laat ik er maar eens mee ophouden.

De natuur is nog niet klaar met jou, en met mij, en met iedereen

Zoiets zou ik kortaf willen antwoorden als ik weer eens tegenover een ontevreden mombakkes sta, maar ik doe het niet. Ik probeer begripvol te zijn, ook al wordt het in mijn hoofd steeds minder gezellig.

Afgelopen december nog schreef Tommy Wieringa in NRC Handelsblad dat ‘in ieder van ons een ordehandhaver is opgestaan’. Onder het juk van Covid-19 zijn we elkaars boa geworden.

Dat klopt. Onder mijn schedel woont er ook een. Eentje die bijna ontsnapte na het zien van de foto’s van de Prinsentuin op Koningsdag. Eentje ook die stikchagrijnig werd van het nieuws uit Oudemirdum.

,,Het was een geslaagd feestje’’, zei een veertienjarige puber over de rotzooi in het bos. Maar omdat er niet alleen honderden bierflesjes maar ook veel scherven achterbleven, moet een terrein van 30 bij 30 meter straks met een shovel worden afgegraven.

En omdat de feestvierders zo langzamerhand mijlenver afstaan van de natuur, stookten ze een fikkie in het kurkdroge bos. Nooit gezien natuurlijk dat de omgeving naar water snakte.

Ik bekeek de foto’s, las over politieagenten die werden aangevallen, ademde langzaam in en uit door mijn neus en probeerde de boa in mezelf tot kalmte te manen.

Ik wil niet preken. Ik wil niet boos zijn. Ik gun anderen plezier. Maar allemachtig wat kost dat zo langzamerhand veel energie.

Gisteravond dacht ik weer aan de feestende moderne mens toen ik gebogen boven de glasscherven in mijn eigen tuin stond. De oude kas achter het huis was afgebroken en met mijn blote handen pakte ik scherf voor scherf op om ze daarna in een speciekuip te kletteren.

Het hielp. Het zal het gewelddadige, opzwepende geluid van vallend glas zijn geweest. Het ruimde zowel binnen als buiten mijn hoofd geweldig op.

En ik heb geen idee wat anderen doen om de boa in zichzelf te beteugelen. Maar als je een opeenstapeling van reprimandes en ruzies en ongezelligheden wilt voorkomen is het misschien een idee om met een prikstok op pad te gaan. Om alle rotzooi die je tegenkomt op te ruimen. Om als een ouwe, lieve, hippie-achtige gek naar anderen te glimlachen en te knikken.

Het klopt dat we tot nog toe niet in staat zijn om het virus te verslaan omdat we er te verwend voor zijn. Maar alles beter dan een amateur-boa-burgeroorlog.

jantien.de . boer@lc.nl

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opinie
Column
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct