We konden ergens een partijtje tegeltjes komen bekijken voor in onze nieuwe keuken. Wanneer dat ons het beste uitkwam, luidde de vraag. Donderdag, rond etenstijd? Of hadden we anders vrijdag misschien een gaatje?

,,Doe maar zaterdagochtend’’, hoorde ik mezelf zeggen. ,,Zaterdagochtend is uitstekend.’’

Ik schrok van mijn eigen woorden.

Zover waren we dus al gekomen. Dat ik bijna gedachteloos het mooiste, belangrijkste dagdeel van de week verkwanselde aan iets futiels als een nieuwe keuken.

In een vorig tijdperk, nog niet zo lang geleden, was de zaterdagmorgen heilig. Volstrekt niet onderhandelbaar. Tot diep in tweeduizendzoveel waren alle zaterdagochtenden geblokt in onze agenda’s; daar konden geen feestjes, geen familieweekeinden, geen tripjes naar een willekeurig attractiepark, nee, zelfs geen honderd nieuwe keukens tegenop.

De zaterdagochtend, die was voor de sport van de kinderen

De zaterdagochtend, die was voor de sport van de kinderen.

Op die dag ging de wekker vroeg, veel te vroeg gezien de avond ervoor, toen we onbestraft het begin van het weekend meenden te kunnen vieren. Op zaterdagochtend beloofde ik mezelf onder de douche voor de zoveelste keer dat het volgend jaar écht de beurt aan iemand anders was om de korfbalpupillen te coachen, ook al meende ik daar – ook voor de zoveelste keer - niks van.

Aankleden, boterham eten, nee próppen, dochter tot tempo manen, kom op, de anderen staan al klaar bij het verzamelpunt. Wie moeten er rijden? Wij? Alwéér? Nee lieverd, ik weet ook niet waar je blauwe clubsokken zijn, heb je ze vorige week wel in de wasmachine gedaan?

Onder het aantrekken van de jas, met de tandenborstel in de mond, nog snel een beginopstelling smeden. De spelersnamen invoeren op het digitale wedstrijdformulier, verzenden, klaar. En dan, altijd juist dán: pinggg, dat ergerlijk onverschillige berichtje in de groepsapp: ‘Sorry, beetje laat, maar Niels komt niet. Is uit logeren.’

Bij het verzamelpunt: meer vaders en moeders met hun ogen op stokjes, inderdaad, dit zijn toch geen tijden meer hè, hoe verzínnen ze het, daar bij de bond? Ja, ik weet wel waar die sporthal staat, rij maar achter mij aan, neehee, ik rij niet te hard.

Drie kwartier later aankomen in een kille sporthal met een nog killere beheerder, och, de verwarming vergeten aan te zetten, nou ja, als de koffiemachine het maar doet. Ja, doe maar drie bakjes. Jullie ook wat?

Dolen door het donkere gangenstelsel van een onbekende sporthal, op zoek naar kleedkamer 12b, opschieten, over tien minuten fluit de scheids.

,,Wie had er eigenlijk de shirtstas?’’

,,Euh, Niels.’’

,,…’’

Bij de wedstrijdbespreking, onder bibberend tl-licht, hameren op rust in het spel; laat vooral de bal het werk doen, denk aan waar we op getraind hebben en betrek ook Sanne in jullie aanvallen, hè? Want Sanne, je kunt veel meer dan je denkt, meissie, dúrf te schieten als je vrij staat. Hallo? Sanne? Luister je even mee?

Na afloop: schor, met gloeiende wangen, plakkende oksels en een sloot kantinekoffie in de mik, in de auto, terug naar huis, dochter achterin.

En dan, haar in de achteruitkijkspiegel zien glunderen, terwijl ze met mijn telefoon naar huis belt. ,,Hoi mam, we hebben gewonnen: 16-1. Ja, dík hè? Maar weet je wat het leukste was? Sanne heeft gescoord!’’

Zúlke zaterdagochtenden. Laat ze gauw weer komen.

wieberen.elverdink@lc.nl

Twitter: @WElverdink

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opinie
Column
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct