Jantien de Boer.

Havik

Jantien de Boer. FOTO NIELS WESTRA

,,Nee joh’’, zei ik deze week tegen de buurman. ,,Ik kijk al heel lang geen talkshows meer.’’ Ik heb helemaal geen zin om vlak voor het slapengaan te luisteren naar Ab Osterhaus die voor de driehonderdvijfentwintigste keer dit jaar zijn zegje mag doen over de aanpak van de coronacrisis.

Het zal me worst wezen dat Martien Meiland een ‘onthullende biografie’ op de markt heeft gebracht en ik ben ook niet van plan om wakker te blijven voor Tim Hofman, die het raar vindt dat religieuze bijeenkomsten gewoon mogen doorgaan.

Tim lijkt me een beste jongen maar als ik behoefte heb aan iemand die het mallotig vindt dat kerkdiensten gewoon door mogen gaan, kan ik ook mijn oudste junior bellen of even een praatje maken op De Buorren in het dorp.

Mijn bloeddruk is werkelijk een stuk gezakt sinds ik geen talkshows meer kijk en niet langer hoef te luisteren naar, ach noem eens wat, de toekomstplannen van Henk Krol.

Succes hoor Henk. Ik snap dat het genieten was toen je breeduit voor het oog van het volk over je politieke plannen mocht rebbelen, maar ik heb lekker een nieuwe hond. Net als heel veel andere Nederlanders.

De vraag naar huisdieren is door de coronacrisis enorm gestegen, las ik in de Volkskrant, en ik kan me er van alles bij voorstellen. Jaap Eikelboom, die op een woonboot in de Amsterdamse Jordaan woont, vertelde dat hij, sinds hij puppy Tino heeft wel ,,vier, vijf keer per dag’’ gaat wandelen. ,,Prachtig man!’’

Zelf kom ik net van de waddendijk, waar ik mijn nieuwe hond voor het eerst losliet. Mijn jaszakken zaten vol runderlong en in het begin luisterde ze heel behoorlijk, maar uiteindelijk peerde ze hem, met een losse riem van 10 meter lang achter zich aan. Het was veel en veel spannender dan televisie.

En cultuurwetenschapper Maarten Reesink weet waarom we ineens, in deze crisistijd, zo’n behoefte aan beesten hebben. ,,Huisdieren kunnen een leuke afleiding zijn’’, legde hij uit in de Volkskrant.

Klopt helemaal Maarten. Gistermiddag bijvoorbeeld zat ik druk te typen toen ik ineens een bekend, ijzingwekkend huiltje hoorde. Ik vloog overeind en rende in een streep het huis uit en het kippenweitje in.

Een grote bruine vogel wiekte traag weg. Het was een havik die zich vanuit een boom op de haan had laten vallen. In een hoek lag alvast een indrukwekkende berg veren. Vlak ernaast vond ik het slachtoffer verstard op zijn zij, zijn snavel op een kier en zijn ogen open.

Ik drukte hem in mijn armen en draafde terug naar mijn bureau. Langzaam kwam hij een beetje bij, maar o, o, o wat was hij kaal. De hele middag heeft hij daarom op een handdoek in een mand naast mijn computer gezeten.

Nu en dan keek hij door een spleetje naar het toetsenbord en bemoeide hij zich met mijn tekst, maar dat was pas nadat ik hem voor alle zekerheid een scheutje antibiotica uit de koelkast had gegeven.

Dus ja. Ik kan iedereen huisdieren aanraden. Het is altijd beter dan Henk Krol. Of Tim Hofman. Of Ab Osterhaus.

Reageren? jantien.de.boer@lc.nl

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct