Pieter de Groot.

Harje | Man van vergezichten

Pieter de Groot. FOTO LC

Zondag voor een week, de week die wereldwijd in het teken stond van de uitroeiing van de armoede, besteedde Fryslân Dok , het documentaireprogramma van Omrop Fryslân, aandacht aan de in Huizum geboren Pieter Kooistra (1922-1998).

Zijn idee van een ‘wereldbasisinkomen’ is in deze coronatijd weer actueel volgens fractievoorzitter Brigitta Scheepsma van GrienLinks in Tytsjerksteradiel. Zij was de kunstenaar annex uitvinder op het spoor gekomen in zijn voormalige atelier, nu museum Het Veerhuis in Varik in de Betuwe, dat behalve zijn kunst ook zijn gedachtegoed levend houdt.

Nu is het basisinkomen een idee van alle tijden, tegenwoordig propageert Rutger Bregman (van De meeste mensen deugen ) ‘gratis geld voor iedereen’, maar dat van Kooistra viel op doordat hij naast de gevestigde economieën een extra economie wilde creëren, die de Verenigde Naties over de wereld moest uitrollen. Het door de VN jaarlijks aan iedere wereldburger te verstrekken basisinkomen zou 250 VN-dollars (een nieuwe rekeneenheid, ongeveer 350 euro) moeten bedragen, voor iemand in het rijke Westen een aardigheidje, voor iemand die in de derde wereld honderd dollar per jaar verdient, een hele vooruitgang.

Kooistra schreef er twee boeken over, Voor en Het ideale eigenbelang, en kreeg in die tijd, de jaren tachtig van de vorige eeuw, bijval van niet de minsten, onder wie oud-Eurocommissaris Sicco Mansholt en Nobelprijswinnaar Jan Tinbergen: ,,Alle schulden van de derde wereld kunnen door de mensheid als geheel worden overgenomen en er zal tevens een nieuwe koopkracht ontstaan.’’ Kooistra was er in 1974 speciaal economie voor gaan studeren, nadat schrijnende televisiebeelden van hongerende kinderen in India hem aan het denken hadden gezet. Zijn ‘Marshallplan’, hoewel enthousiast uitgedragen door de Stichting UNO-Inkomen, is tot de dag van vandaag een vergezicht gebleven.

Heel anders verging het een ander socialistisch ideaal van hem, de kunstuitleen. Kooistra, opgegroeid in een actief SDAP-gezin – vader Broer Kooistra was voorzitter van de Friese zuivelarbeidersbond, moeder Antje van de Leeuwarder Vrouwenbond – , wilde in 1947 in Leeuwarden al zo’n uitleen beginnen, maar kreeg daarvoor de handen niet op elkaar. Twee jaar later begon hij op Terschelling in een door de Duitsers achtergelaten bunkercomplex een cultureel vakantieoord, De Gavere. Hier vond zijn idee wel gehoor, daarbij geholpen door Stedelijk Museumdirecteur Willem Sandberg, die er met zijn gezin logeerde. Vervolgens ging hij er in Amsterdam mee verder en in 1955 richtte hij daar met Sandberg en kunstcriticus Han Redeker de Stichting Beeldende Kunst op. In Leeuwarden heeft Kooistra in de nieuwe galerie van Aiko van Hulsen aan de Nieuwestad toen nog een paar jaar een dependance gehad.

Langzaam maar zeker vond het uitleensysteem ingang elders in het land, al heeft het tot november 1975 geduurd voor ook Leeuwarden zijn (provinciale) kunstuitleen kreeg, in een pand aan de Eewal. Rinse Rinsma, overgekomen van de Kultuerried, mocht er pionieren en zou ruim een kwart eeuw het beminnelijke gezicht blijven. Het centrum verhuisde na een paar jaar naar de Beurs, waar de groei erin kwam, en in 1989 naar het gebouw Wirdumerpoort. Hier ontvouwde Pieter Kooistra in zijn openingsspeech een nieuw vergezicht, indachtig zijn motto ‘het onmogelijke mogelijk maken’: uitleencentra over heel Europa. (De Kunstuitleen is vanaf morgen te vinden op het adres Jupiterweg 6).

Kooistra viel op doordat hij naast de gevestigde economieën een extra economie wilde creëren, die de Verenigde Naties over de wereld moest uitrollen

harje.lc@gmail.com

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct