Pieter de Groot.

Harje | Jaren van schraalhans

Pieter de Groot. FOTO LC

De grote invloed van de horeca op de stad blijkt vooral nu alles dicht is.

De spreekwoordelijk donkere dagen doen hun naam eer aan: er is geen lol aan, nu je tijdens het winkelen (‘shoppen’) niet even ergens kunt uitpuffen. Dat zijn we tenslotte zo gewoon. Maar in ons eigen belang en dat van de horeca moeten we nog even volharden in ons ascetisch bestaan. Oftewel, ons gedragen zoals dat tot in de jaren zeventig van de vorige eeuw nog heel gewoon was.

De VVV-Leeuwarden had de toerist toen maar weinig accommodaties te bieden. Hotels als De Nieuwe Doelen, De Groene Weide, Amicitia, De Klanderij en Bellevue hadden een voor een de deuren gesloten. Ook wat de restaurants betreft, was schraalhans keukenmeester. Waagzicht (voorheen It Fêste Doel), De Waag, V&D en de Hema, meer keus was er niet aan de Nieuwestad. Aan de Stationsweg zat Onder de Luifel, die dagelijks veel vaste lunchers trok, net als het Pannekoekhuysje in de Grote Hoogstraat, een soort voorloper van de tegenwoordige eetcafés.

Maar die waren allemaal nog niet voorzien, toen in 1973 de VVV-Leeuwarden haar 75-ste verjaardag vierde. Sober, want de financiële middelen ontbraken en de gemeente Leeuwarden stond onder curatele van Den Haag en de Tweebaksmarkt. Anders dan bij eerdere gelegenheden toen de VVV de stad Us Heit en de Mercuriusfontein schonk, konden er als cadeau slechts acht toeristische wegwijzers af.

Voorzitter jhr. Gustaaf Witsen Elias sneed in zijn speech de achilleshiel aan: de binnenstad had geen terrasjes! Wethouder Jan Tiekstra antwoordde dat de Kelders op restauratie wachtten en dan kon de ‘Bierkade’ op de wegwijzers. Het zou nog vele jaren duren.

In maart wordt de VVV-Leeuwarden opgeheven, konden we deze week lezen . De meeste taken worden intussen door anderen vervuld. Los daarvan mag het een wonder heten dat de vereniging nog bestond. Eén herinnering. In de jaren zestig werd zij ondergebracht bij de Provinciale VVV, die toen in een kiosk bij het station zat. De baas van de eerste, Sietse Soepboer, werd de adjunct van de tweede, George Kooijman. Beiden waren pas benoemd. Toen al snel bleek dat de mannen niet door één deur konden, kreeg de Leeuwarder VVV een eigen kantoor in de Prins Hendrikstraat.

Ook dat was geen goed idee, want nu werden ze elkaars concurrenten. Frappantste voorbeeld van vijftig jaar geleden: ter gelegenheid van de Recreantentoonstelling in de Frieslandhal zou de Leeuwarder VVV zes rondvluchten boven Leeuwarden organiseren met een Fokker Friendship. Er was plaats voor tweehonderd mensen.

De Provinciale VVV kreeg er lucht van en begon meteen de boekingen op te nemen. Soepboer in de gordijnen. Hij beklaagde zich bij het bestuur van de Provinciale, die daarop Kooijman tot de orde riep. Maar die bedacht een list: hij organiseerde óók rondvluchten, en wel met een Jodel-Mousquetaire, die plaats bood aan drie passagiers. Vandaar dat hij niet zes, maar vijfentwintig keer de lucht inging. ,,Dit is een vliegtuig dat heel laag kan vliegen’’, aldus Kooijman. ,,Riant uitzicht verzekerd!’’

Zodra de gelegenheid zich voordeed, koos Soepboer de vlucht naar voren: in 1971 werd hij directeur van de VVV in Zeist. Daar bestond godzijdank geen provinciale VVV. De promotie van stad en provincie samen is nooit een gelukkige geweest.

harje.lc@gmail.com

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct