Pieter de Groot.

Harje | Gerechtigheid voor Roodbaard, maar ook een Vlaskamppad?

Pieter de Groot. FOTO LC

Eindelijk gerechtigheid voor Lucas Pieters Roodbaard (1782-1851), zou je kunnen zeggen, nu een pad in de door hem ontworpen Prinsentuin officieel tot Roodbaardpad is verheven.

‘Tuinarchitect van buitens en parken in Noord-Nederland, o.a. de Prinsentuin’, staat er als verklaring op het straatnaambordje. Wolvega kreeg vorig jaar al een Roodbaardpad, dat leidt naar het park De Nieuwe Aanleg, dat hij heeft ontworpen en dat destijds (1837-1842) als werkverschaffingsproject is aangelegd.

Roodbaard was een Drent, die geboren werd in Norg, waar zijn vader hovenier was. Hij huwde in 1813 de schippersdochter Hillegien Deddes en beproefde aanvankelijk zijn geluk in Groningen, tot hij de prijsvraag won om in Leeuwarden iets moois te maken van de zeventiende-eeuwse lusthof die van de Oranjes was geweest. Koning Willem I schonk zijn eigendom in 1819 aan de stad, op voorwaarde dat het een wandelpark voor haar ingezetenen zou worden. Daarop verhuisde Roodbaard naar Leeuwarden, waar hij vervolgens, in 1831, ook de – toen nieuwe – Algemeene Begraafplaats aan de Spanjaardslaan ontwierp.

Zijn romantische aanpak viel in de smaak bij de Friese adel. Je zou een dagtocht kunnen organiseren langs zijn scheppingen, waarvan de parken van Stania State bij Oentsjerk, Oranjestein in Oranjewoud en de overtuin van Lyndensteyn in Beetsterzwaag de bekendste zijn. Maar ook de tuinen van o. a. het Poptaslot in Marsum en Fogelsangh State in Veenklooster dragen zijn handtekening.

Roodbaard ligt begraven op zijn eigen begraafplaats. Maar pas sinds 2005 heeft hij hier een grafmonument – het resultaat van jarenlange inspanningen van de inmiddels opgeheven Stichting Oude Begraafplaats. En nu dus een straatnaam, zij het bescheiden, ,,maar dan wel op een ‘tuinhistorische ‘eigen’ plek, en niet weggestopt in de volgende nieuwbouwwijk’’, schrijft Tuinhistorisch Genootschap Cascade op zijn website.

Landschapsarchitect Els van der Laan uit Sneek zit in het bestuur van dit genootschap. Woensdag heeft zij samen met wethouder Hein de Haan het straatnaambord onthuld. Volgend jaar verschijnt van haar hand een boek over de Prinsentuin.

Landschaps- en tuinarchitecten worden maar zelden in een straatnaam vernoemd, aldus tuinhistoricus Eric Blok. Volgens hem viel Leonard Springer (1855-1940) het vaakst die eer te beurt, onder andere in de Leonard Springerlaan in Groningen, die aansluit op het door hem ontworpen Stadspark en in Meppel, waar de laan die langs zijn Wilhelminapark loopt, ook zo heet.

Maar die parken dateren uit het begin van de vorige eeuw, toen veel steden uitbreidingen ondergingen en er steeds meer straatnamen moesten komen. Die waren pas bij de gemeentewet van 1851 officieel verplicht gesteld. In het begin waren dat nog namen die de volksmond eraan gaf, maar al vrij snel ontstonden er commissies, die het gemeentebestuur namen aan de hand deden.

A propos: het Wilhelminapark in Sneek is ontworpen door Gerrit Vlaskamp (1834-1906), een geboren Fries, die pas na de ‘herontdekking’ door schrijfster Aly van der Mark postuum uit de anonimiteit is getreden en nog steeds op een straatnaam wacht. In Sneek, Grou, Mantgum? Allemaal plaatsen waar (resten van) zijn tuinen te bewonderen zijn. In Leeuwarden ontwierp hij het Westerpark, in de volksmond bekend als Vosseparkje. Een Gerrit Vlaskamppad is er zeer welkom.

harje.lc@gmail.com

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct