Wieberen Elverdink.

Hachee

Wieberen Elverdink.

Weer zat ik in de auto, etenstijd, het donkerde al flink en de weg glinsterde van de natte sneeuw. Vóór mij speelden de ruitenwissers tikkertje, naast mij rinkelde bij iedere hobbel de deksel van de zware braadpan. Ik snoof de geur op die vanaf de passagiersstoel de wagen vulde en de ramen deed beslaan.

Hmmm, hachee.

,,Lekker ite’’, had mem kort daarvoor gezegd, terwijl ze me een bananendoos in de handen drukte. Daarin zat niet alleen de zorgvuldig in een isolerende theedoek gewikkelde vleespan met uienstoof, maar ook een afgeladen Tupperwarebakje aardappels (,,jierpels fan Gjalt’’, die verderop woonde) en – alsof we nog niet genoeg verwend werden – vijf kleine eenheden chocolademousse.

Nog niet eens zo heel lang geleden zouden we al dat lekkers na een lange dag van school en werken gewoon met z’n allen bij heit en mem aan de keukentafel hebben verorberd, waar het altijd zo gezellig passen en meten was met al die borden en pannen.

Waar we de maaltijd nog begonnen met een stil gebed, dat door de gekke bekken van kind 1, kind 2 of kind 3 nooit stil, laat staan eerbiedig verliep. En waar het ruitjestafelkleed na afloop steevast doordrenkt in de wasmachine verdween, omdat een van die drie draken zijn of haar glas perssinaasappelsap weer eens had omgestoten.

Goed, das war einmal .

,,Mar’’, verzekerde mem, om haar ontembare drang naar dienstbaarheid te kanaliseren, ,,ik wol al graach foar jim itensieden bliuwe. Jim helje it mar gewoan op.’’

Dus stuurde ik de wagen behoedzaam over de donkere, natte Tsjerkeleane, in een wolk van warme kruidigheid, terwijl ik bij elke oneffenheid in het asfalt vreesde dat de deksel naast mij los zou schieten en de auto zou veranderen in een dampend pierenbad van dik, uiïg rundvleesvocht.

En daar, halverwege hun en ons huis, overviel mij zomaar de ongemakkelijke gedachte aan later, ooit, als we het zónder de hachee-aanvoer van mijn moeder zouden moeten stellen. Natuurlijk, heit en mem waren vitale zestigers, vol in het leven en tot alles bereid, maar er kwám eens een eind aan Hotel Mem, aan Thuisbistro De Zoete Inval, aan het Paviljoen van de Gestampte Pot waar altijd genoeg op te scheppen was voor ,,de geande en de kommende man’’, zoals ze dat zelf noemden. Er kwám eens een moment, ooit, dat ze genoeg zouden hebben aan zichzelf.

En terecht.

Maar wie moest er dan hachee maken? Of boerenkool? Of snert? Wie zorgde er dan voor al die geuren en smaken die al generaties lang in onze familie werden genoten, die mijn moeder van mijn beppe leerde bereiden, die het weer van háár moeder meekreeg – wie droeg er dán zorg voor dat culinaire familie-erfgoed?

Ik verzeker u: een slechtere kok dan ik zult u niet gauw in de kolommen van deze krant treffen. De gedachte aan meerdere pannen op het fornuis boezemt me diepe angst in, een ei bakken is voor mij net zo’n uitdaging als het oplossen van een Rubiks-kubus en ik krijg zelfs een tosti-ijzer nog op tilt. En nee, daar ben ik niet trots op.

Maar rijdend onder de eiken van de Tsjerkeleane, een gloeiend hete trog krachtvoer schommelend naast me, nam ik me één ding voor.

Ik ga hachee leren maken.

wieberen.elverdink@lc.nl

Twitter: @WElverdink

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opinie
Column
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct