Johann Mast.

Haas

Johann Mast. FOTO ANNET EVELEENS

Mijn hardloopprestaties zijn als het leven zelf. Op en af. Onlangs trok ik de stoute schoenen weer eens aan, het was te lang geleden. Wat kon ik nog?

Het was stil op het Grouster industrieterrein. Links schoof het verkeer over de A32, rechts gingen de bedrijfspanden over in groengebied. Voor me lag Idaerd. Ik genoot, het ging eigenlijk best lekker.

Plotseling was hij daar, schuin achter me. Een vent in een geel shirt. Hij liep aan de andere kant van de weg en was sluipenderwijs dichterbij gekomen. Ik was zijn richtpunt, zijn argeloze prooi, en nu ging hij me inhalen. Hij keek me niet eens aan.

In een flits besloot ik te versnellen. Wat dacht die kerel wel niet? Dat hij mij als haas kon gebruiken en zomaar achter zich kon laten?

Ik liet het asfalt dreunen. Mijn ademhaling werd sneller, mijn hart bonsde in mijn keel. Een lichte wanhoop welde in me op. Zijn voetstappen klonken onveranderd dichtbij. Was die vent me nou aan het treiteren?

Ik durfde niet om te kijken. ‘Goede renners hebben kenmerkende hoofden en slechte renners hebben kenmerkende hoofden’, schreef Tim Krabbé in zijn meesterwerk De Renner . ‘Maar dat geldt alleen voor renners die je al kent’.

Wat was dat fietspad lang. Was dat andere keren ook zo? Daar was de hoge brug, eindelijk. Ik nam ’m met twee passen tegelijk. Had ik die kerel al gelost? Nu zou hij toch wel kraken?

Verder ging het, nog verder. Het gas erop. De volgende brug lag een stuk verderop. Dan de winkel nog voorbij en daarna kwam het kruispunt, mijn einddoel. Lag ik daar nog voor, dan was ik wereldkampioen.

Ik ging aan de linkerkant van de weg lopen, mijn achtervolger bleef op het fietspad. Hoe oud zou hij zijn, hoe getraind? In mijn sublieme stomheid had ik toch niet een Usain Bolt of Erik Negerman getriggerd? Als een dertiger me te grazen nam: soit. Maar de schim die ik had gezien leek me van mijn eigen leeftijd. Volhouden dus, niet opgeven.

Op de hoek van de hoofdstraat vond ik het welletjes. Alles piepte en kraakte. Ik stopte, wachtte net lang genoeg om achteloos te lijken en keek toen over mijn schouder.

Een vijftiger, duidelijk. Hij grijnsde. ,,Dat was leuk’’, zei hij fris. ,,Nog een rondje?’’

johann.mast@lc.nl

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct