Geldsmijterij bederft plezier in voetbal

‘De wereld is voor het grote bedrijfsleven nu één groot dorp.’ FOTO ANP/MAURICE VAN STEEN

Je bent Nederlander, vond voetbal altijd heel aardig en dus voel je je bijna verplicht om naar de wedstrijden van het Nederlands elftal te kijken. Maar is er, los van dit plichtsbesef, nog een reden te bedenken om de verrichtingen van de oranjeploeg bij het Europese Kampioenschap te volgen?

De heren zelf hebben weinig gedaan om ons enthousiast te maken. We zagen een stel miljonairs elkaar traag de bal toespelen over de breedte van het veld. Je krijgt dan medelijden met je oud-collega’s die beroepshalve tot het eind moeten blijven kijken. De ergernis over de wanprestatie groeit nog als je bedenkt wat de jongelui op het veld gemiddeld verdienen.

Beste spelers voetballen in buitenland

Maar misschien past ons een hard oordeel over de spelers niet. Ze doen het immers niet voor zichzelf maar voor onze nationale eer. Voor het geld hoeven ze het niet te doen.

Tot halverwege de jaren vijftig kende Nederland officieel geen beroepsvoetbal. De beste voetballers speelden daarom in het buitenland, waar ze goed geld verdienden. Tegenwoordig verdient een speler bij een eredivisieclub gemiddeld rond de 260.000 euro per jaar.

Voor verreweg de meeste Nederlanders een onvoorstelbaar hoog inkomen, maar de modale Nederlandse voetballer is in de Europese verhoudingen een armoedzaaier. In Engeland is het gemiddelde jaarinkomen in de hoogste competitie 1,7 miljoen euro. Er zijn Europese topclubs waar geen speler minder dan een miljoen euro per jaar opstrijkt.

Kapitalisme in de rauwste vorm

Daarom spelen ook nu weer de beste Nederlandse voetballers in buitenlandse dienst. Deugt een bedrijfstak waar zo met geld wordt gesmeten wel? Tja, zo werkt de markt nu eenmaal, zeggen de goedpraters. En zo is het. De internationale voetballerij is het kapitalisme in zijn rauwste vorm. Alles wat ons tegenstaat in het maatschappelijk leven zie je hier levensgroot terug. De rijken worden steeds rijker, de armen raken steeds verder achterop. De machtige rijken kunnen de rest hun wil opleggen.

Een markt kent niet zoiets als een moraal en marktwerking is niet vanzelf eerlijk. Daarom zijn er regels en wetten om de ergste uitwassen te voorkomen. De overheid treedt op als de marktmeester die de handel in goede banen leidt. De overheid let erop dat er een zekere balans is tussen de verschillende partijen.

Zij grijpt in als een paar partijen te veel macht hebben en die ook gebruiken. Al is dat tegenwoordig heel lastig nu de wereld voor het grote bedrijfsleven één groot dorp is. Daardoor krijgen de overheden maar geen vat op die paar Amerikaanse reuzen die de digitale markt domineren: Google, Facebook, Amazon, u kent ze wel.

Uitwassen verdedigd zonder moreel besef

In de voetballerij ontbreekt zo’n marktmeester. Uitwassen worden hier nog verdedigd zonder moreel besef. Een paar maanden geleden kwam naar buiten dat de Argentijnse sterspeler Lionel Messi bij Barcelona in totaal ruim 500 miljoen euro in veertien jaar had opgestreken. Het nieuws kwam niet toevallig naar buiten toen er veel te doen was over de enorme financiële problemen van Barcelona. Een dwaasheid toch, zoveel geld voor één speler?

Dan begrijpen we de marktwerking niet. ‘Messi was elke euro waard’, hoorden we zogenaamde sportmarketeers zeggen. Bedoelen ze dan dat het enorme gat in de begroting van Barcelona nog groter was geweest als Messi niet met een half miljard maar slechts met, pakweg, een schamele honderd miljoen was beloond?

De geldsmijterij in het voetbal wordt alsmaar erger nu grote Europese clubs in handen zijn van Russische en Arabische miljardairs. Zij drijven de prijzen en inkomens van spelers en coaches op tot in het absurde. Tijd voor de overheden om in te grijpen? Laat maar zo lang het volk dit rauwe kapitalisme pikt.

Rimmer Mulder is oud-hoofdredacteur van de Leeuwarder Courant .

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opinie
Opinie