Geef boeren meer vrijheid om maatwerk te treffen bij de aanpak van problemen in de landbouw. Deel 1 van een tweeluik over het fenomeen ‘collectieve zelfregulering’.

Nederland heeft een uitgebreid stelsel van wetten en regels die stabiliteit, zekerheid en voorspelbaarheid in het maatschappelijk verkeer geacht worden te bieden. De laatste tijd zijn er echter scheuren ontstaan in de efficiëntie van en het vertrouwen in de regelgeving. Overregulering, dichtgetimmerde uitvoeringsprogramma’s, beperking van persoonlijk initiatief en gebrekkige mogelijkheden tot innovatie en improvisatie zijn veelgehoorde klachten.

De parlementaire onderzoekscommissie Uitvoeringsorganisaties van de overheid concludeerde onlangs dat wetten en regels onbegrijpelijk zijn geworden voor miljoenen burgers en dat er te weinig controle is op de uitvoering, waardoor burgers en bedrijven in de knel komen.

Maar weerstand tegen regelgeving is al van veel oudere datum. Al jaren klaagt het bedrijfsleven over de vele voorschriften en bureaucratische rompslomp waar het voortdurend tegenaan loopt.

Steeds meer weerstand tegen regels

Binnen het bedrijfsleven neemt de landbouw een bijzondere plaats in, omdat een aantal boeren het niet laat bij klagen, maar ook tot harde acties overgaat tegen de vele, vaak veranderende en soms onbegrijpelijke regels waar zij mee te maken hebben.

Desondanks gaat de overheid onverminderd verder op de ingeslagen weg en voert zij steeds weer nieuwe en nog gedetailleerder maatregelen in. Het gevolg is nog meer weerstand tegen het beleid en een steeds verder groeiende kloof tussen de overheid en de landbouw.

Een alternatief voor de gedetailleerde regelgeving door de overheid om de problemen in de landbouw het hoofd te bieden, is collectieve zelfregulering gebaseerd op zelforganisatie. Dit model gaat terug op het onderzoek van Nobelprijswinnaar Elinor Ostrom op het terrein van het gemeenschappelijk gebruik van natuurlijke bronnen, zoals water en biodiversiteit.

Tragedie van de meent

De visserij is een goed voorbeeld om de kern en het belang van het werk van Ostrom te illustreren. Visbestanden zijn een gemeenschappelijk bezit en in principe voor iedereen vrij toegankelijk. Echter, onbeperkte visvangst leidt onherroepelijk tot uitputting.

De oplossing is vangstbeperking. Eenzijdige vangstbeperking leidt er evenwel toe dat andere vissers hun vangst vergroten of dat er nieuwe vissers bijkomen. Daarom zullen individuele vissers geen eenzijdige stappen ondernemen omdat zij er zelf op achteruit gaan, terwijl de visbestanden niet verbeteren. Dit leidt ertoe dat de sector ten onder gaat, wat door Garret Hardin de ‘tragedie van de meent’ (gemeenschappelijke natuurlijke hulpbron, mient in het Fries) genoemd werd.

Ter voorkoming van de tragedie van de mient wordt vangstregulering toegepast. De gebruikelijke instantie om regulerend in te grijpen is de overheid, die vangstquota vaststelt en toeziet op de naleving. De keerzijde van overheidsregulering is gedetailleerde regelgeving, strenge controle en strijd over de hoogte en de verdeling van de quota.

Zelfregulering

Een alternatief voor overheidsregelgeving en officiële vangstquota zijn quota vastgesteld en gecontroleerd door de vissers zelf. Ostrom heeft aangetoond dat voor collectieve zelfregulering duidelijk omschreven kaders vereist zijn met betrekking tot het collectief en de mient .

Hierdoor is de reikwijdte beperkt tot lokale visserijen waarbinnen formele of informele afspraken gemaakt kunnen worden met betrekking tot de verdeling van de quota, het toezicht op de naleving, arbitrage en sancties. Lokale, collectieve zelfregulering wordt onder andere toegepast door inheemse schelpdiervissers in Mexico.

Het voordeel van collectieve zelfregulering is dat de afspraken op initiatief van de groep tot stand komen en als iets eigens worden ervaren waarop men trots is. Hierdoor zullen de deelnemers zich gezamenlijk verantwoordelijk voelen voor de gemaakte overeenkomsten, wat de naleving ten goede komt en de kans op conflicten vermindert.

Minder maoeuvreerruimte

Voor de overheid heeft collectieve zelfregulering het grote voordeel dat zij niet langer de boeman is die de sector onbegrijpelijke, ongepaste en moeilijk uitvoerbare generieke regels oplegt. Ook zijn er financiële voordelen doordat de publieke administratieve lasten dalen. Daar staat tegenover dat de groep te maken krijgt met administratieve kosten. Een uitruil ligt voor de hand, waarbij de overheid de sector tegemoetkomt in de kosten.

Het collectieve zelfreguleringsmodel zoals boven beschreven voor de schelpdiervisserij, kan gedeeltelijk op de landbouw worden toegepast. Een wezenlijk verschil is dat overbevissing de vissers zelf direct raakt. Daarom hebben zij baat bij vangstbeperking en accepteren zij in principe quotering.

Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen in de landbouw daarentegen raakt meestal ook andere sectoren, wat de manoeuvreerruimte en de positieve baten van de boeren beperkt, zeker op de korte termijn. Zo raakt excessief watergebruik door de landbouw de boeren, maar ook de drinkwaterbedrijven. Het gebruik van stikstofhoudend veevoer en kunstmest is op de korte termijn positief voor de melkveehouderij, maar is ongunstig voor de natuur.

Overheid als hoeder van het algemeen belang

Om rekening te houden met de verschillende maatschappelijke belangen zal het gebruik van natuurlijke hulpbronnen niet aan de landbouw kunnen worden overgelaten, maar is een beslissende rol weggelegd voor de overheid als hoeder van het algemeen maatschappelijk belang.

Wat betreft de uitvoering van de door de overheid opgestelde normen kan het zelfreguleringsmodel wél toegepast worden.

Dit is het eerste deel van een tweeluik. Zaterdag het tweede.

Eelke Folmer is ecologisch onderzoeker, Ecospace en Aeria.
Jeltsje van der Meer-Kooistra is hoogleraar financieel management, Rijksuniversiteit Groningen.
Henk Folmer is hoogleraar ruimtelijke economie, Rijksuniversiteit Groningen.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opinie
Opinie
Agrarisch / Landbouw
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct