Ruimtelijke ordening is een van de belangrijkste onderwerpen van de komende tien jaar. Het raakt aan alles. Waar gaan we wonen en werken? Waar komen windmolens of kerncentrales? Hoe houden we het landschap mooi en toegankelijk?

Het is logisch dat de politieke partijen in meerderheid pleiten voor de terugkeer van een minister van Ruimtelijke Ordening na de verkiezingen. Er is behoefte aan een partij die de regie pakt en het geheel kan overzien - als wapen tegen de verrommeling.

De opgaves voor de toekomst zijn stevig. Landelijk moeten er een miljoen woningen gebouwd worden, er zijn klimaatdoelstellingen die nog lang niet gehaald zijn en iedereen wil een land waarin je geld kunt verdienen en tegelijkertijd rust kunt vinden. Soms lijken die doelen met elkaar in tegenspraak. De landbouw, bijvoorbeeld, moet extensiever - dat betekent dat koeien meer ruimte moeten krijgen. Tegelijkertijd is die ruimte op lokaal of regionaal niveau ook nodig voor woningbouw. Die belangen botsen.

De provincie Fryslân heeft een eigen berekening gemaakt. De komende tien jaar zouden er in de provincie grofweg 10.000 huizen gebouwd moeten worden. Waar, daar gaan ze niet over. Dat is vooralsnog aan de afzonderlijke gemeenten. Het is best een lastige opgave. Op lange termijn zal de bevolking krimpen door vergrijzing, maar op korte termijn is juist een groei te verwachten van het aantal huishoudens. Daarnaast zijn er in een doorkijk naar 2050 nog veel factoren onzeker: denk aan corona en het thuiswerken, de trek van mensen uit de Randstad en de invloed van de Lelylijn - als die er komt.

Innovatie en flexibiliteit lijken de twee belangrijkste uitgangspunten voor de periode die voor ons ligt. De historische stap die bussenbouwer VDL en bouwbedrijf Van Wijnen deze week hebben gezet zou richtinggevend moeten zijn. De fabriek van VDL in Heerenveen produceert sinds jaar en dag bussen maar maakt een radicale ommezwaai. De medewerkers maken straks sanitairmodules die geplaatst kunnen worden in kant-en-klare huizen van Van Wijnen. Binnen een dag kan het bedrijf dan een huis neerzetten.

Natuurlijk zijn andere bedrijven in Friesland hier ook al langer mee bezig, denk aan de volautomatische steenstrippenrobot van IBBO uit Heerenveen en de gerobotiseerde gevelfabriek van Dijkstra Draisma in Dokkum. Maar de ontwikkeling van Van Wijnen en VDL is bijzonder omdat de bedrijven ondubbelzinnig voor de toekomst durven te kiezen. De uitspraak van VDL-topman Rolf-Jan Zweep was veelzeggend: „Als je moet kiezen tussen een historische bussenmarkt, waar de concurrentie moordend is, of deze compleet nieuwe industrie, dan ben je daar snel uit.’’

De samenwerking behoudt werkgelegenheid en biedt kansen voor het ontwikkelen van nieuwe vaardigheden, zeker als opleidingen aangehaakt kunnen worden. Tegelijkertijd mogen de bestaande werknemers van VDL in Heerenveen niet aan hun lot overgelaten worden. Als je je leven lang bussen hebt gebouwd dan is het even omschakelen naar het bouwen van badkamers en toiletten. Maar ook daar kunnen ze straks net zo trots op zijn.

commentaar@lc.nl

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opinie
Commentaar
Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct