Friese popscene hijst de stormbal

Yakumo Orchestra. . FOTO FRIESLAND POP Foto: COEN-WALTMANS

Nieuw provinciaal beleid maakt dat talent in de Friese popcultuur ontwikkelingsmogelijkheden worden ontnomen, onder meer door het wegvallen van Friesland Pop.

Vorig jaar kwam het college van Gedeputeerde Staten met een nota voor het nieuwe cultuurbeleid in 2021-2024, waarin popcultuur en locatietheater de twee beoogde speerpunten waren. Hoe anders staat de Friese popcultuur ervoor nu de kruitdampen zijn opgetrokken.

Want waar vrijwel alle andere cultuurdisciplines er jaarlijks één of meerdere tonnen op vooruitgaan, blijkt de Friese popcultuur er twee ton op áchteruit te gaan. Met dit besluit heeft het college de Friese popcultuur bepaald geen dienst bewezen.

Niet alleen de ondersteunende popkoepel voor muzikanten Friesland Pop verdwijnt, maar ook de subsidie aan speelplekken voor Fries talent als het Fries Straatfestival en het Befrijdingsfestival Fryslân. Daarbij verdwijnt ook nog eens de twee ton die Friesland Pop jaarlijks aan extra omzet binnenhaalt.

Lees ook | Wat Friesland Pop aan moois oplevert

Een van buiten ingevlogen adviescommissie

Al met al dramatische ontwikkelingen voor de Friese popwereld, die het ook al moest stellen met landelijk dedain ten aanzien van boegbeeld Meindert Talma. En waar ook bij de landelijke BIS-aanvragen voor talentontwikkeling door de samenwerkende noordelijke partners bot werd gevangen. Dit ondanks de bemoedigende uitgangspunten die de Raad voor Cultuur formuleerde, waarbij regionale spreiding en nieuwe disciplines als pop, urban en audiovisuele kunst voorop stonden.

Hoe heeft dat dan zo kunnen gebeuren? Wel, de belangrijke schakel in dit verhaal is het fenomeen culturele adviescommissie. Waar in het verleden partijen als Friesland Pop beoordeeld en gestuurd werden door bevlogen ambtenaren en bestuurders met kennis van zaken, wordt nu het hele culturele veld in handen gelegd van een van buiten ingevlogen adviescommissie.

'Beleid terug naar mensen met inzicht in eigen culturele veld'

Deze oordeelt zonder inzicht in de Friese culturele infrastructuur, maar puur op basis van plannen en met het criterium artistieke kwaliteit voorop. Hierdoor ontstaat een soort vierjaarlijkse grabbelton waar dat Friese culturele veld geen enkele continuïteit of samenhang aan kan ontlenen, maar waar er ieder jaar weer een andere partij of discipline de pineut kan zijn. En waarbij op dit moment zelfs ook partijen van buiten de provincie geld kunnen ophalen.

Popcultuur hard geraakt door coronacrisis

Bij deze zou ik graag willen zien dat er in Fryslân zo snel mogelijk weer afscheid van het fenomeen ‘culturele adviescommissie’ wordt genomen en dat het Friese cultuurbeleid terug in de handen komt van de mensen die het overzicht en het inzicht in het eigen culturele veld hebben, namelijk de ambtenaren en de bestuurders.

Ook pleit ik ervoor om ondersteunende organisaties die de ‘breedtesport’ bedienen, niet meer te laten concurreren met bijvoorbeeld professionele makers of festivals met een internationale programmering.

Hoe het ook kan, laat de provincie Limburg zien, waar de popkoepel Pop In Limburg, nota bene mede op basis van de plannen van Friesland Pop, een jaarlijkse subsidie van meer dan vier ton wist te bewerkstelligen.

Door de coronacrisis is ook hier de popcultuur juist al hard geraakt, omdat zij vooral met veel publiek dicht op elkaar werkt. Een verdienmodel voor podia en festivals is dan pas ook weer in zicht wanneer er een bruikbaar vaccin opduikt, maar dat is nu al te laat voor onder andere de Popkelder in Sneek, terwijl ook het Cultuurkwartier in Sneek (en dus ook poppodium Het Bolwerk) onder druk staat en bij podium Neushoorn al de nodige ontslagen gevallen zijn.

Geen verdienmodellen

Die verdienmodellen liggen er al helemaal niet voor de artiesten, die vreemd genoeg tot op heden nog steeds een sluitpost zijn als het op fatsoenlijke betaling aankomt en waar er ook aan de horizon voorlopig nog geen verdienmodel gloort.

Het is extra zuur dat Friesland Pop als de partij waar talentvolle Friese artiesten – of ze nu uit de urban, dance- of rockscene komen – het meest op hebben kunnen rekenen, nu het loodje dreigt te leggen.

En het is doodzonde als een in dertig jaar opgebouwde infrastructuur in één klap verdwijnt en je niet weet of je er ooit weer iets voor terugkrijgt.

Sjouke Nauta is directeur van Stichting Friesland Pop.