'Football supports change.' Als dat waar was, hadden de arbeiders in Qatar niet 10 jaar lang geleden onder gedwongen arbeid

‘Op zich is er niets mis met de slogans op de shirtjes van het Nederlands Elftal, alleen is het een laat ontwaken.’ FOTO EPA/MAURICE VAN STEEN MAURICE VAN STEEN

Activisten die op een boycot van het WK aansturen, komen te laat. Zo’n actie zou vooral de arbeiders treffen en zou conservatieve krachten in Qatar op slechte ideeën brengen.

Football supports change .’’ Als dat waar zou zijn, dan zouden de arbeiders in Qatar niet tien jaar hebben geleden onder gedwongen arbeid, de belangrijkste trigger van moderne slavernij. Op zich is er niets mis met de actie van de Duitse Mannschaft en de slogans op de shirtjes van het Nederlands elftal, of hun Noorse en Belgische collega’s.

Alleen is het een laat ontwaken. De sportwereld keek bij de toekenning van het WK en de organisatie van andere grote sportevenementen, zoals de Ronde van Qatar, bewust de andere kant op.

De investeringen voor het WK, samenlopend met de opbouw van een moderne natie in de Qatarese woestijn, waren en zijn gigantisch. Het kleine, maar steenrijke Qatar had werkers nodig. Inmiddels zijn die met twee miljoen. Voor velen uit Nepal, Bangladesh, India en de Filipijnen leek Qatar het beloofde land.

Overspoeld door handelsmissies

Maar al in 2011 alarmeerden vakbonden uit die landen het Internationaal Vakverbond (IVV) over de wantoestanden waarmee hun werknemers op de bouwwerven van Qatar werden geconfronteerd. ‘No worldcup without workers rights’ werd het motto van een internationale IVV-campagne. Tegelijkertijd werd het land overspoeld door handelsmissies. Ook coryfeeën uit de internationale sportwereld gingen graag op bezoek bij de emir en lieten zich laatdunkend uit over de actie.

De wereld was nochtans niet onwetend. In 2014 werd de VN-Mensenrechtenraad geconfronteerd met een sterk gedocumenteerd rapport. Zonder gevolg, want veel landen voelden zich niet aangesproken door de miserie die het kafala -systeem veroorzaakte.

Migranten in Qatar vielen onder dat ‘sponsorsysteem’, waarbij een Qatarese burger, in casu de werkgever, borg stond voor werknemers die onder zijn naam in het land verbleven. Wervingskantoren ronselden arbeiders in meerdere arme landen en lieten zich dik door hen betalen. Dat kon alleen door hen dure leningen aan te smeren die afbetaald werden door loon af te houden.

Gedwongen arbeid

Eenmaal aangekomen moesten de arbeiders hun paspoort afgeven. Twee tot vijf jaar lang konden ze niet van werkgever veranderen of niet terug naar hun land. Het loon bleek plots veel lager dan hun was voorgespiegeld. Ze moesten in compounds verblijven, met velen in één kamer. Dagelijks, behalve op vrijdag, werden ze over en weer naar de bouwwerf gebracht. Velen kregen nier- en hartproblemen door de lange werkdagen in de hitte. Om het werk niet te hoeven onderbreken, dronken ze vaak te weinig water.

De situatie lag intussen voor in de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) in Genève, de VN-organisatie waar regeringen, werkgevers en werknemers een wereldarbeidswetgeving maken en de toepassing ervan controleren. De werknemersgroep argumenteerde dat Qatar op flagrante wijze Conventie 29, het verbod op gedwongen arbeid, schond en stelde voor een internationale onderzoekscommissie te sturen. De lobbycampagne die de Qatarese regering opzette, was ongezien en had succes.

De situatie leek volkomen geblokkeerd, tot een werkgeversdelegatie ter plaatse vaststelde dat het wel degelijk om gedwongen arbeid ging. Dat deed de kansen keren in de raad van bestuur van de IAO. Het akkoord tussen werknemers en werkgevers werd ter stemming voorgelegd. De regeringen moesten nu wel kleur bekennen.

Mensgerichte koers

De Japanse voorzitster van de IAO, de twee vicevoorzitters, de Deense werkgeversvoorzitter en ikzelf kregen de leiding van een High Level Tripartite Mission om de situatie ter plaatse te bekijken. We ontmoetten gemeenschappen uit verschillende landen, bezochten mensen in detentiecentra en trokken ’s nachts naar de wooncompounds in de woestijn, met de staatsveiligheid ongevraagd in ons zog. Confronterend was het.

Met ons rapport kon de wereld niet meer wegkijken. Televisiestations en wereldmedia werden wakker. Qatar kwam onder druk om zowel het WK als de eigen eer te redden. In het land zelf gaf dat ruimte aan sommige beleidsvoerders en ook ondernemingen om een mensgerichte koers te varen.

In 2017 werd een akkoord bereikt over een programma en technische ondersteuning vanuit de IAO.

Inmiddels is het kafala -systeem wettelijk afgeschaft. Arbeidsbemiddeling gebeurt door officiële bureaus, betaald door de werkgever. Werknemers kunnen van werk veranderen en kunnen terug naar huis wanneer ze dat wensen. Een minimumloon werd onderhandeld. Werknemerscomités worden opgericht. In Doha kwam er een bureau van de IAO, dat samen met internationale sectorvakbonden het klachtensysteem opvolgt. Inspectiediensten controleren de veiligheid en gezondheid van werknemers ter plaatse.

Boycot nu te laat

Ongetwijfeld zijn er nog schandelijke situaties. Plaatselijke werkgevers hebben moeite met de regels en neen, Qatar is geen democratie. De weg naar sociale rechtvaardigheid vergt lange en volgehouden inzet. Activisten die op een boycot van het WK aansturen, komen te laat. Nu zou die alleen de migrantenwerknemers treffen en conservatieve krachten in Qatar op slechte ideeën brengen.

De verontwaardiging vanuit Amnesty International en Human Rights Watch en de acties uit de sportwereld hebben vooral zin als ze het volgehouden werk van organisaties als de IAO ondersteunen, Qatar onder druk houden en andere Golflanden onder druk zetten om de rechten van werknemers te respecteren.

Luc Cortebeeck is gewezen voorzitter raad van bestuur Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) en auteur.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opinie
Opinie