Flexwerkers zijn waardevol, laten we daar naar handelen

‘Flexwerkers begeven zich in een enorm dynamische omgeving.’ FOTO HOLLANDSE HOOGTE/BERLINDA VAN DAM

De situatie voor flexwerkers op de arbeidsmarkt verbetert nauwelijks. Een nieuw perspectief is nodig: van flexwerk naar ‘flex loopbanen’.

Het is bijna een jaar geleden dat de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) en de Commissie Borstlap ervoor zorgden dat flexwerk definitief op de politieke agenda werd gezet. De maatschappelijke discussie over het ondersteunen van flexwerkers, via bijvoorbeeld het verbeteren van hun arbeidsvoorwaarden, is sindsdien sterk aangewakkerd.

Hoogstnodig, aangezien de Nederlandse arbeidsmarkt in 2020 volgens het CBS voor maar liefst 34 procent uit flexwerkers bestaat. Flexwerkers die bijvoorbeeld de vakken vullen in de supermarkt, pakketjes bezorgen, of uw maaltijd komen langsbrengen. Misschien zelfs wel collega’s van u, zonder dat u het doorheeft. Tijd voor een evaluatie.

Het eindrapport van de commissie Borstlap riep nadrukkelijk op tot structurele veranderingen op de arbeidsmarkt. Helaas blijven deze in de praktijk ontoereikend. In zijn brief aan de Tweede Kamer benadrukte minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66) enkele weken geleden dat hier in de volgende kabinetsperiode meer duidelijkheid over moet komen. Met andere woorden: echte veranderingen worden weer uitgesteld.

Eenzijdige focus

Maar uitstel hoeft niet te leiden tot afstel. Het uitstel geeft in dit geval ook kans op een nieuwe richting in het debat, dat tot nu toe te eenzijdig en smal is gevoerd. Specifieker: zowel in de politiek, als de wetenschap, als het bredere maatschappelijke debat richten we ons enkel op objectieve zekerheden als de ‘heilige graal’ voor de oplossing van de problematiek rondom flexwerkers. Van het eenvoudiger maken voor werkgevers om vaste contracten aan te bieden tot ontslagbescherming en inkomenszekerheid: het gaat allemaal om juridische maatregelen die flexwerkers in hun huidige baan beschermen tegen onzekerheid.

Deze eenzijdige focus is problematisch. Flexwerkers begeven zich in een enorm dynamische omgeving: ze wisselen relatief vaak van baan of project en zijn dus minder gebonden aan één specifiek type werk. Bovendien is er een enorme diversiteit aan mensen binnen de groep flexwerkers. Zo hebben sommige flexwerkers heel bewust gekozen voor dit type werk, bijvoorbeeld vanwege de afwisseling in taken. Anderen hebben geen keuze, denk aan mensen die ontslagen zijn en alleen op projectbasis ingehuurd kunnen worden. Of aan jongeren die in deze tijd afstuderen en enkel aan tijdelijk werk kunnen komen. Ook de opbouw van ervaringen kan belangrijk zijn om te begrijpen hoe we flexwerkers adequaat kunnen ondersteunen: sommige flexwerkers weten in relatief korte tijd een vast contract te bemachtigen, terwijl anderen al jaren ‘hoppen’ van het ene naar het andere flexcontract.

In het onderzoek dat wij, in samenwerking met Instituut Gak, uitvoeren naar flexwerkers zien we inderdaad een gebrek aan langetermijnvisie. Flexwerkers vertellen ons bijvoorbeeld dat ze door uitzendorganisaties vrijwel altijd worden ingeschakeld voor hetzelfde type werk, op hetzelfde niveau. Dat patroon kan jaren zo doorgaan. Bovendien wordt er bijzonder weinig in hen geïnvesteerd als het gaat om persoonlijke ontwikkeling: loopbaanondersteuning en talentprogramma’s zijn immers veelal exclusief bedoeld voor (vaste) medewerkers. Veel flexwerkers vertellen ons dan ook dat ze een sterke mate aan stagnatie in hun loopbaan ervaren.

Inzetbaarheid ondermijnd

De huidige discussies en aanbevelingen houden geen rekening met ondersteuning van flexwerkers die verder gaat dan die ‘ene’ flexbaan. Sterker nog: door enkel te kijken naar kortetermijn juridische oplossingen wordt voorbijgegaan aan de gevolgen voor de lange termijn. Daarmee wordt, onbedoeld, de inzetbaarheid van flexwerkers alleen maar ondermijnd. Immers, het is juist hun loopbaanontwikkeling en inzetbaarheid die ervoor kan zorgen dat ze door het vaak onzekere bestaan van een flexwerker succesvol kunnen navigeren.

Kortom: we moeten de huidige discussies rondom flexwerkers verder verruimen zodat we recht doen aan de dynamische loopbanen van flexwerkers. Zij zijn door hun flexibiliteit en expertise uitermate belangrijk voor onze arbeidsmarkt. Sterker nog: ze zijn de sleutel tot een snel economisch herstel na de coronacrisis. Maar dan moeten we ze ook als zodanig gaan behandelen, met ondersteuning op korte én lange termijn. En met een blik die verder gaat dan enkel een juridische.

Met andere woorden: we pleiten voor een nieuw perspectief in deze problematiek: weg met de term ‘flexwerk’ en op naar de term ‘flex loopbaan’. Zodat ook de mensen die zorgen voor gevulde schappen en voor uw pakketten en maaltijden meer perspectief hebben dan enkel het einde van hun huidige flexcontract.

Jana Retkowsky is PhD-kandidaat aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Jos Akkermans is er universitair hoofddocent en lid van de Amsterdam Young Academy. Sanne Nijs is universitair docent aan Tilburg University.