Wieberen Elverdink.

Eindmusical

Wieberen Elverdink. FOTO LC

Her en der in onze streek werden stukken bos de afgelopen jaren onder handen genomen door fascinerende machines, Harvesters . Rauwe monsters met multifunctionele tentakels, waarmee ze bomen aan de grond afzaagden, van alle loof ontdeden en de stam in stukken hakten, snel en soepel als een chef-kok met snijdrift en een bos winterpenen.

De ene na de andere stam viel ten prooi aan de velmachine, maar soms liet ‘ie er eentje staan, ogenschijnlijk lukraak, maar in werkelijkheid als onderdeel van een groter plan.

De opzichtig uitgedunde woudpercelen die overbleven zodra het grommen der oogstzagen was verstomd, vormden in al hun naaktheid immers het begin van een bos dat rijker, gevarieerder en gezonder dan ooit moest gaan worden.

En warempel: steeds als we er langs fietsten, zagen we de uitgeklede repen geboomte verder opbloeien. Aan de bodem, die altijd kaal en duister was geweest, overvleugeld door de volle kruinen ver daarboven, ontsproten nu soorten die eerder niet de ruimte hadden gehad, een klaroengeschal van frisgroene scheuten, sommigen fel, andere voorzichtiger, maar verenigd op hun weg naar het licht.

Net kinderen, dacht ik. Die groeien, omdat dat nu eenmaal is wat kinderen doen: steeds hoger, steeds sterker, ieder op zijn eigen tempo, maar onverstoorbaar op koers naar de persoon die ze ergens diep van binnen al zijn.

Ik zat in de kerk, waar groep 8a, de klas van mijn oudste, op het punt stond de eindmusical op te voeren. Het sluitstuk van een tijdperk, acht jaar basisschool, het laatste jaar het bijzonderst.

Natuurlijk, vanwege de gebeurtenissen in de wereld, die hen wekenlang in huis hadden gedwongen. De repetities voor het traditionele slotoptreden werden noodgedwongen verplaatst naar een digitale oefenruimte.

22

vakjes op het scherm van mijn zoons tablet, een voor elke klasgenoot – zo nu en dan begon er eentje zijn tekstregels op te dreunen, dan weer zetten alle 22 vakjes tegelijk een lied in. Aandoenlijk en pijnlijk: want zou die musical ooit kunnen doorgaan?

Maar speciaal was het ook, omdat bij de kinderen van groep 8 langzaam het besef indaalde dat hun samenzijn eindig was. Dat ze überhaupt een gróep waren. En dat die groep weldra versnipperen zou, verspreid over Grote Scholen in Grote Plaatsen, een heel eind verderop.

Van dat vooruitzicht bleek een sterk verbindende werking uit te gaan. Het haalde de scherpe randjes van de onderlinge verhoudingen. Meidenkift en patsergedrag weken voor spontane klassenuitjes naar de Mac, voor met z’n allen rondhangen na schooltijd, voor elke ochtend tweeëntwintig keer de tekst ‘GM’ (goedemorgen) in de klassenapp.

De hiërarchie die in de loop van de voorgaande zeven jaren was ontstaan, verdampte. Kinderen die jarenlang onzichtbaar waren belandden nu in het volle licht, ja voor iederéén was er nu die ruimte.

In de kerk ging het licht uit, de spotlights knipten aan.

Uit 22 kelen klonk het van:

Voor het laatst, voor het laatst/Wil ik je nu bedanken/Zijn dit de afscheidsklanken, voor het laatst met jou.

Voor het laatst, voor het laatst/Ik zal het nooit vergeten/Het lachen en het keten/Voor het laatst.

Ik slikte en sloot mijn ogen.

En achter al die kinderstemmen hoorde ik zachtjes het geluid van de wind, ruisend door een jong bos, gevarieerder, sterker en mooier dan ooit.

wieberen.elverdink@lc.nl

Twitter: @WElverdink

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct