Wieberen Elverdink.

Eenlingsokken

Wieberen Elverdink. FOTO LC

,,Wist je’’, sprak mijn wederhelft terloops vanaf de bank, ,,dat je van een sok een mondkapje kunt maken? Zie het net op internet.’’

Tuurlijk. Internet. The gift that keeps on giving als het gaat om oplossingen voor praktische problemen, vooral van huishoudelijke aard.

De onuitputtelijke bron van vernuftigheden, waaruit zij, mijn wederhelft, zo dikwijls put. Met wisselend succes, overigens.

,,Hé, met bak-soda en azijn kun je de afvoer ontstoppen!’’ (Nou, niet bij ons, ondanks het onheilspellend gesis.)

,,Grappig, als we dat trainingsjack een nacht in de vriezer stoppen, gaan de lijmresten er makkelijk uit.’’ (Nope. Wel kippenvel tot in 2036.)

Maar goed. Die sokken.

Het leek mij een mooie uitdaging, het vervaardigen van een mondkapje uit oud voettextiel. Niet omdat wij zulke fanatieke ov-reizigers zijn, maar omdat het plotsklaps een bestemming bood voor de verschoppelingen die iedere garderobe kent.

Eenlingsokken.

Niets treuriger dan de eenlingsok. De weeskous. De eenzame voethoes, die achterbleef nadat het bijbehorende exemplaar na een wasbeurt niet meer uit de machine tevoorschijn kwam, in rook opgegaan in de centrifuge, verzwolgen door Monster Miele.

Een sneue gebeurtenis. Zonder linker sok is de rechter zijn bestaansrecht kwijtgeraakt, zijn doel, alleen is-ie incompleet – je kunt daar eenvoudig de symboliek van inzien.

Toch bewaar je het exemplaar dat rest. Omdat er hoop blijft. Dat zijn partner nog ergens opduikt in een dekbedhoes, opgefrommeld in een broekspijp, of in een stoffige hoek van de bijkeuken. En zo sleep je ze soms nog maanden rond, die zielige eenlingsokken, op de bodem van je wasmand.

Ha! Aan die droefenis kon ik nu een eind maken.

Monter nam ik een schaar en mijn mooiste eenling, een olijk geval met azuurblauw blokkenpatroon.

Maar toen ik behoedzaam de botte knipper in de stof zette, katapulteerde de tijdmachine me terug naar 1993. Naar de brugklas. Naar lokaal 217, woensdagmiddag laatste uur, textiele werkvormen bij mevrouw Ter Steege.

Die lieve mevrouw Ter Steege, die mijn paniek las bij het haken. Die mijn klamme angstzweet rook als we een eigen handpop moesten naaien. Die heus wel wist wat er gebeurde als ik schijnheilig verkondigde dat ik het vod mee naar huis nam ‘om er daar verder aan te werken’. Die glimlachend een oogje toekneep en een voldoende noteerde als ik een week later terugkwam met een product dat dusdanig kloek en keurig was dat het onmogelijk mijn eigen fabricaat kon zijn.

Nu moest ik het écht zelf doen.

Op Twitter vertelde een dame mij in zwoel Vlaams hoe ik mijn sippe sokje stapsgewijs tot product van waarde kon transformeren. Teentjes eraf – wreef openknippen – inkepingen voor de oren, hoekjes rondmaken – en voilà: uw mondkapje.

Het ding paste!

,,Kijk dan, mevrouw Ter Steege’’, liet ik in gedachten mijn euforie de vrije loop, ,,helemaal zelf gemaakt!’’

Heel even voelde het verrukkelijk, die opgewaardeerde oude sok, zo strak gespannen rond mijn mond.

Tot mijn wederhelft met een nieuwe internettip kwam.

,,Schat, wist je dat babycrème helpt tegen jouw kalknagels?’’

wieberen.elverdink@lc.nl

Twitter: @WElverdink

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct