Een Rotterdammer in Leeuwarden: Gentrificatie op z'n Fries

Daniël Coenen.

Daniël Coenen verhuisde samen met zijn gezin van Rotterdam naar Leeuwarden. Hoe beleven zij de overstap van de Randstad naar Friesland? In een wekelijkse column vertelt hij de komende tijd over wat hij meemaakt. Vandaag deel 30: Gentrificatie op z’n Fries.

Katendrecht is een Rotterdamse wijk aan de oever van de Maas. Ooit kwamen hier de matrozen aan wal voor het betere drinken, gokken en hoerenlopen. Tegenwoordig is het een bakfietswijk voor tweeverdieners met bijpassende horeca en cultuur. Het duurste appartement van Nederland kwam er. Katendrecht is voor velen een voorbeeld van hoe een woonwijk zich positief kan ontwikkelen. Maar niet voor iedereen. ,,Vroeger kon je hier gewoon nog iemand in elkaar slaan”, mopperde de taxichauffeur die ik ooit sprak over ‘de Kaap’.

Katendrecht staat in een rijtje met de Jordaan en de Pijp (Amsterdam), Wijk C (Utrecht) en talloze andere oude volksbuurten in Nederlandse steden. Vroeger: saamhorigheid, ons kent ons, touwtje uit de deur etcetera. Nu: ieder voor zich, de fiets op slot, aangeharkte tuinen, witte wijn.

Gentrification ging deze ontwikkeling heten in het Engels. De trend is inmiddels zo ingeburgerd dat het gewoon ‘gentrificatie’ heet. Vraag is: wat is de Fryske vertaling hiervan?

Immers: het is geen exclusief Randstedelijk en/of stads verschijnsel. Het Friese dorp maakt hetzelfde door. Het rijtje volksbuurten kun je makkelijk aanvullen met willekeurige Friese dorpen.

‘Nieuwe’ mensen kopen er een huis. Die vallen voor de dorpse omgeving maar staan niet direct te juichen voor de dorpse saamhorigheid. Mensen met vaak ook meer geld dan de dorpelingen die hetzelfde huis hadden willen kopen. De huizenprijzen stijgen, de mienskip zwakt af.

Het is voor Friese dorpen geen nieuw fenomeen. Geert Mak beschrijft in zijn prachtige boek over Jorwerd hoe tientallen jaren geleden het dorp al veranderde, mede door de import. Mensen in een nieuwbouwwijkje. Die niet altijd groeten op straat. Die makkelijker naar de grote supermarkt verderop gaan. Tweeverdieners die druk genoeg zijn met hun werk, gezin en familie en vrienden op afstand.

Ik sprak er laatst over met iemand die een huis heeft gekocht in het dorp waar hij opgroeide. Vroeger kende hij er iedereen. Nu niet meer. Ik dacht: hij vindt dit vast heel erg. Maar hij twijfelde. Het dorp heeft de nieuwe inwoners misschien wel nodig om de buurtwinkel overeind te houden? En misschien is het gewoon de veranderende wereld waarin wij moeten meegaan? Vroeger was vroeger. Nu is nu.

Wat me in elk geval onwenselijk lijkt en waar overheden ook iets aan kunnen doen: het toenemend aantal mensen dat een huis in een Fries dorp koopt als vakantiewoning. Een trouwe inwoner van een dorp vertelde me dat inmiddels zo’n 60 procent van de woningen aan het water vakantiehuizen zijn (ruwe schatting). Wat is het Fryske woord voor spookdorp?

Reageren? daniel_coenen@hotmail.com

Je kunt deze onderwerpen volgen
Opinie
Column
Instagram