Een Rotterdammer in Leeuwarden | Friese bananen

Daniël Coenen. FOTO JAN DE GROEN

Daniël Coenen verhuisde onlangs samen met zijn gezin van Rotterdam naar Leeuwarden. Hoe beleven zij de overstap van de Randstad naar Friesland? In een wekelijkse column vertelt hij de komende tijd over wat hij meemaakt. Vandaag deel 10: Friese bananen.

,,Bananen, graag”, zeg ik tegen de marktkoopman. ,,Ik heb alleen maar groene”, is zijn antwoord. Ik vraag: ,,Worden ze nog geel?” Hij zegt: ,,Ik denk het niet.” Raadselachtig gesprek. Dan maar mandarijnen. Ik heb een bakje gepakt dat klaarstaat. ,,Nee”, zegt de marktkoopman. ,,Die zijn niet lekker. Deze moet je hebben.” En hij vult een tasje met andere mandarijnen. Huh? Waarom verkoopt deze man etenswaren die hij zijn klanten afraadt? Wat is dit voor handelsgeest?

Vanaf dag 1 in Friesland gaat het voortdurend over ‘de Fries’ of ‘de Friezen’. Thuis hebben we het erover. Vrienden en familie vragen ernaar. En Friezen die we spreken beginnen er zelf over.

Natuurlijk ben ik ook benieuwd. Als buitenstaander schud je de typeringen zo uit je mouw. Trots, nuchter, eigenwijs. Kat uit de boom; woord is een woord. Kleine moeite. Maar in hoeverre klopt dit nou? En hoe merk je dat dan in de praktijk? Die marktkoopman: is dat nou typisch Fries?

Bij onze verhuizing, twee maanden terug, lijken we direct beet te hebben. Na veel manoeuvreren in het krappe Rotterdam staat de gigantische Friese verhuiswagen geparkeerd. Drie verhuizers komen binnen. Eerst maar koffie, lijkt mij. ,,Nou, dat moeten we eerst maar verdienen, hè?”

Een paar dagen later komt de klusjesman van onze huisbaas in Leeuwarden ’s ochtends langs. Lampje, schroefje, dingetje. Dat werk. Koffie? ,,Nou, dat moeten we eerst maar verdienen, hè?” Ja, hebbes! Dit is Fries!

Toch ben ik terughoudend. Sinds ik op mijn negentiende vertrok uit Amersfoort woonde ik in Utrecht, Amsterdam en Rotterdam. Met name over 020 en 010 raken mensen niet uitgesproken. Zeker als je verhuist van de één naar de ander. Poeh, dat moet een verschil zijn!

Mijn les van de afgelopen bijna twintig jaar: ja, woonplaatsen kunnen verschillen. Maar op al die plekken wonen gewoon mensen. Sommige mensen zijn lief, hartelijk, innemend, grappig. Andere mensen zijn afstandelijk, egoïstisch, gesloten, chagrijnig.

Voorlopig neem ik een voorbeeld aan koningin Máxima. Ook zij verhuisde voor het werk van haar partner naar een plek die ze zich eigen moest maken. Ze maakte ooit de (publicitaire) fout door te zeggen dat dé Nederlandse identiteit niet bestaat. Zo’n uitspraak over Friezen houd ik dus nog wel even voor me. Pas geleden verscheen ze naast onze koning in een video waarin ze spijt betuigden over hun Griekse herfstvakantie. De koning sprak. Het enige dat zij deed was zitten, kijken en luisteren. Dat ga ik de komende tijd ook lekker doen: zitten, kijken en luisteren. En gele bananen zoeken.

daniel_coenen@hotmail.com