Een Rotterdammer in Leeuwarden | 'En, al gewend?'

FOTO FOTO JAN DE GROEN

Daniël Coenen verhuist samen met zijn gezin van Rotterdam naar Leeuwarden. Hoe beleven zij de overstap van de Randstad naar Friesland? In een wekelijkse column vertelt hij de komende tijd over wat hij meemaakt. Vandaag deel 5: ‘En, al gewend?’

Meest gestelde vraag deze weken: ,,En, al gewend?’’ Logische vraag natuurlijk. Het antwoord: ,,Ja, direct.’’ Vanaf dag één voelen we ons thuis in Leeuwarden en in ons huis. Het is vooral andersom. We waren Rotterdam ‘ontwend’.

Al een paar maanden voelden we ons er niet meer thuis. Zeker, het appartement was fijn. De laatste zomerweken hebben we ook nog genoten van de stad. Van de diversiteit, de creativiteit en de originaliteit. Op de laatste dag schoten spontaan de tranen in mijn ogen toen ik op de terugweg van de milieustraat, nog één keer de stad in reed. Maar hoe bijzonder Rotterdam ook is – wij pasten er niet meer.

Het is wonderlijk hoe je als mens kunt veranderen. Als twintiger meed ik feestjes van vrienden van mijn vriendin. Ik was namelijk niet burgerlijk. Maar tien jaar later en twee kinderen verder, ben ik dolgelukkig met de ruimte van ons doodgewone huis en de rust van Leeuwarden.

Tegelijkertijd: het rijtjeshuisbestaan gaat met vallen en opstaan. Juiste snoeischaar voor het groen? Gevonden! Kliko op de juiste dag buiten? (Let wel: de biobak, niet de sortibak.) Mislukt! Elke nacht poepen er katten in de tuin. Erg vies. En de buren kondigen de komst van een gevelreiniger aan. Nooit van gehoord.

Wat ook nog niet went, is het rustige verkeer. ’s Ochtends brengen we de kinderen naar de kinderopvang. Bepakt en bezakt zijn we klaar om ons in het spitsuur te gooien. Automatisch plaats ik mijn duim op de fietsbel. Om mijn rappe komst al van verre aan te kondigen bij trage medeweggebruikers. Opzij, opzij, opzij.

Maar het enige dat we treffen zijn stille straten, soms in lichte mist, met hier en daar een fietser, een auto en een bus. Waar is iedereen? En waar is het tempo?

Ik realiseer me dat het fietsgedrag dat ik me de afgelopen jaren eigen had gemaakt in Utrecht, Amsterdam en Rotterdam, totaal overbodig is in Leeuwarden. Als ik wil oversteken en er komt een auto aan, hóef ik er niet nog snel voor te duiken. Achter die auto is immers genoeg plek. Als voetgangers zonder te kijken het fietspad op lopen, hóef ik ze niet af te snijden. Het zijn geen Aziatische toeristen die je de Nederlandse fietscultuur wilt meegeven.

Het is spijtig. Want ik vond dat ik er goed in was. Ik vond mezelf oprecht iemand die tegelijkertijd beleefd én snel door het drukke stadsverkeer kon laveren. Met twee kinderen op de fiets. Maar het is niet meer nodig. En ik was natuurlijk gewoon asociaal. Morgen stop ik ermee.