Een Rotterdammer in Leeuwarden: Een 'echte' Coenen

Daniël Coenen. FOTO JAN DE GROEN

Daniël Coenen verhuisde onlangs samen met zijn gezin van Rotterdam naar Leeuwarden. Hoe beleven zij de overstap van de Randstad naar Friesland? In een wekelijkse column vertelt hij de komende tijd over wat hij meemaakt. Vandaag deel 13: Een ‘echte’ Coenen.

Generaties terug krijgt een oude Coenen vier kleinzoons. De jongens krijgen alle vier dezelfde naam als hun opa. Eén van hen wordt mijn vader. Een ander woont in Leeuwarden. Ik sta bij ‘m op de stoep en als hij de deur opendoet, zie ik het direct. De bovenkant van zijn gezicht, samengeknepen ogen, guitige kop – net mijn vader. Een echte ‘Coenen’, zeggen ze dan.

Amersfoort is de standplaats van deze tak Coenens. Dus toen de Leeuwarder neef columns las over een Rotterdammer, leek de achternaam slechts toeval. Maar hij zag gelijkenissen in de foto. En toen hij las dat ik ben geboren in Amersfoort, wist hij zeker. Hij stuurde een mail, nodigde me uit en nu zitten we in zijn woonkamer. Samen met zijn partner en een schaal vol koek.

Het gesprek is inderdaad Coenen-achtig. Veel verhalen, veel bravoure.

Tegenover me zit een wildvreemde man die dezelfde naam heeft als mijn vader en die ook dezelfde trekjes heeft. Absurd. Helemaal in Leeuwarden, waar we toch in zekere zin eenzaam zijn, ligt een deel van mijn familiegeschiedenis om de hoek.

Hoewel deze neef opgroeide in Amsterdam logeerde hij vaak bij zijn grootouders in Amersfoort. Hij speelde toen ook bij mijn vader thuis. Dat huis, de straten en buurten waar het zich afspeelde, zijn voor ons beide bijna net zo vertrouwd.

Vervolgens stapelen de overeenkomsten zich op. Hij groeide op in Amsterdam, ik woonde er ook een tijdje. Hij is gek van voetbal. Net als mijn vader en ik. Altijd lid van dezelfde vereniging en in het bestuur gezeten. Mijn vader ook. Destijds voor het werk verhuisd naar Leeuwarden. Ik ook. Hij ging naar dezelfde basisschool als waar mijn zoon straks heengaat. Mijn zoon, met z’n energie en theater. Deze Coenen-trek zie ik opnieuw bevestigd.

Zijn dochter blijkt bij ons om de hoek te wonen. Hij fietst door onze straat als hij haar bezoekt. Ze sport op dezelfde school als ik. We volgen zelfs hetzelfde sportklasje op zaterdagochtend.

We kletsen de tijd vol. Blij fiets ik naar huis. Hij heeft uitgelegd waar z’n dochter woont. Schuin tegenover de pizzeria speur ik de deuren af en ja hoor, daar staat het: Coenen. Wat nota bene oorspronkelijk Limburgs is. De letters maken de nieuwe situatie expliciet en zichtbaar. Waar is Spoorloos-verslaggever Derk Bolt?

Zaterdagochtend, bokszak aan bokszak. Achternicht en achterneef in Leeuwarden. Directe stoten, hoeken, opstoten en na de low kick tien push-ups . Dit had ik niet zien aankomen.