Een Rotterdammer in Leeuwarden | De laatste nacht

Daniël Coenen. FOTO JAN DE GROEN

Daniël Coenen verhuist samen met zijn gezin van Rotterdam naar Leeuwarden. Hoe beleven zij de overstap van de Randstad naar Friesland? In een wekelijkse column vertelt hij de komende tijd over wat hij meemaakt. Vandaag deel 2: De laatste nacht.

De jongste, het is een meisje, slaapt als een os. De oudste heeft dramatische slaapperiodes achter de rug.

Onze straat in Rotterdam lag pal naast een verkeersplein vlak bij het centrum. Altijd volop beweging dus. Tijdens nachten dat de oudste slecht sliep, heb ik eindeloos met ‘m aan het raam gestaan. Ook ’s nachts was er genoeg verkeer. Was het niet van gewone auto’s, dan was het van politie, ambulances of traumahelikopters. De felle lichten van de sirenes weerkaatsten over het donkere plein. Vond ‘ie prachtig. Uren zaten we daar, voor mijn gevoel. Het was de enige manier om hem rustig te krijgen.

Bij ons in bed leggen, werkte ook. Maar als jonge ouders wilden we niet dat ‘ie hieraan zou wennen. Later werkte ook dát trouwens niet meer. Toen heb ik het begrip ‘radeloosheid’ leren kennen.

Inmiddels gaat het prima. Maar regelmatig wordt ‘ie even wakker omdat z’n deken scheef ligt of voor een glaasje water.

Het is de laatste nacht van de kinderen in Rotterdam. Morgen brengen we ze naar mijn ouders zodat wij kunnen verhuizen. Het duoledikant van de kinderen is vanmiddag verpatst via Marktplaats. De jongste ligt in een campingbedje in de woonkamer. De oudste slaapt op een matras op de grond waar het bedje stond. ’s Nachts roept hij. Ik ga kijken en constateer direct: die valt daar niet meer in slaap.

Ik neem hem mee naar onze slaapkamer. De laatste nacht hier, nog één keer met z’n drieën in ons bed. Het is vier uur, bijna ochtend, en ik betwijfel of hij bij ons wel in slaap valt. Gelukkig gebeurt dit direct.

Om kwart over zeven word ik als eerste wakker. Onze gezichten raken elkaar bijna. In de schemer kijk ik naar zijn neus en oren. Zijn lippen en zijn kin. Pas 3,5 jaar oud, nog zo klein, zacht en gaaf.

Hij ademt diep en rustig, zijn lijfje is warm.

Plotseling voel ik lichte paniek, voor het eerst sinds we weten dat we naar Leeuwarden gaan. Wat doen we hem aan? Hij heeft het in Rotterdam zo naar zijn zin tussen de trams, bruggen, boten, bouwkranen en opgevoerde sportwagens. Waar beginnen we aan?

Dan wordt hij wakker. Ik krijg een stomp op mijn neus en een knietje op mijn bovenbeen. De laatste dag in Rotterdam begint.

Reageren? daniel_coenen@hotmail.com