Wieberen Elverdink.

Drukkerke

Wieberen Elverdink. FOTO MARCEL J. DE JONG

Toen ik over de drempel van zijn kamer stapte, mijn brilglazen acuut beslagen door het mondmasker en de immer op standje vlindertuin afgestelde thermostaat, trof ik mijn laatst overgebleven grootouder met zijn hoofd in de koelkast.

,,Stikje bôle mei spek, leave jonge?’’

Ik keek door de wasem naar de klok op mijn telefoon: even voor elf uur, voorwaar geen spektijd.

,,Sjoch, nim dit dan aanst mei nei hûs’’, klonk het vanuit de koelkast, waarna pake met wat pakjes gesneden vleeswaren wapperde.

Ik herkende het vertoon van genegenheid, uit de tijd van de volkstuinen: de visite moest en zou met een ‘mieltsje’ naar huis - maar nu er geen aardappelen of boontjes van eigen kweek meer waren, al jaren niet meer, moest het maar met een plak supermarktcervelaat. Of rosbief. Of ontbijtspek.

Pas na drie keer afwijzen legde hij het vlees terug, mokkend van onbegrip.

Ik vroeg hoe het met pake ging. Kort geleden had hij tijdens een scootmobiel-uitje van het zorgcentrum een ongelukje gehad. Hij was er met zijn hoofd even niet bij geweest, was bijna op zijn voorganger gereden en had in een poging een botsing te voorkomen een ruk aan het stuur gegeven.

Een schaap in onmacht

Hij had geluk dat er in de sloot naast het pad geen water stond. En dat er werklui in de buurt waren om hem uit zijn benarde positie te tillen – een schaap in onmacht.

Pake had er geen pijntjes aan overgehouden, zei hij, en de scootmobiel stond weer schadevrij in de hal, maar hij had reden gezien er zelf een - geheel onafhankelijke - ongevallenanalyse op los te laten.

Conclusie: ,,Ik hie de man foar my better in drukkerke jaan kind.’’

Ik keek naar de lijst naast het raamkozijn, waarin twee documenten prijkten. Zijn chauffeursdiploma, uitgereikt in mei 1957 door de Algemene Verladers en Eigen Vervoerders Organisatie , pake moest nog 30 worden. Daarboven: een getuigschrift voor het examen Vervoer Gevaarlijke Goederen over de Weg , met een spelfout in zijn voornaam.

Een leven lang vrachtwagenchauffeur, het grootste deel voor Philips, ‘Flíps’, zoals hij zijn oud-werkgever zelf nog altijd liefkozend noemt.

Blind kende hij de weg tussen Drachten en Eindhoven. Als het moest parkeerde hij een oplader vol scheerapparaatonderdelen schadevrij in een spouw.

,,Hat pake op ‘e frachtwein wolris in ûngemak hân?’’, vroeg ik.

Lange stilte.

Vage herinneringen aan een besneeuwde, donkere namiddag, onderweg van Hoogeveen, waar Philips toen nog een vestiging had, naar huis. ,,Doe bin ik by Appeskea eefkes yn ‘e berm belâne.’’ Trots: ,,Mar fierders net.’’

Ik schuifelde naar het oude eiken kabinet, waar pake het schaalmodel bewaart van de vrachtwagen die hij altijd reed. Ik weet nog dat hij hem kreeg, bij zijn pensionering, een receptie in de bedrijfskantine van ‘Flíps’, ik was 6 en mocht cassis uit een frisdrankautomaat.

Verhip, zag ik dat goed? Was er nou één van de achterdeuren van de oplegger losgeraakt?

,,Drukkerke hân, tink?’’, plaagde ik, maar pake was al met andere dingen bezig.

,,Sis, leave jonge, hoechsto écht gjin fleis mei?’’

wieberen.elverdink@lc.nl

Twitter: @WElverdink

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct