Veenlandschap bij Aldeboarn.

Draagvlakdaling

Veenlandschap bij Aldeboarn. FOTO NIELS DE VRIES

In veenweidegebieden daalt de bodem gemiddeld met 8 millimeter per jaar. Dat lijkt weinig maar in 10 jaar tijd is dat al snel 8 centimeter. Niet fijn voor de huizen, wegen en boerderijen die erop zijn gebouwd. Want die verzakken. Op termijn levert dat miljarden euro’s schade op. In onze provincie wordt vooral het Lege Midden getroffen door de bodemdaling, het hart van Friesland.

Voor de mensen die niet dagelijks met veenweideproblematiek bezig zijn: de oorzaak van de bodemdaling is het lage grondwaterpeil. Als veen droog komt te liggen en in aanraking komt met zuurstof begint een proces waardoor de grond verbrandt en de bodem daalt. Bij dit proces komt ook nog eens veel CO2 vrij. De uitstoot daarvan draagt bij aan de opwarming van de aarde.

Het grondwaterpeil wordt op veel plaatsen laag gehouden op verzoek van de landbouw. Op drassige, moerasachtige grond kunnen trekkers en landbouwmachines hun werk niet goed doen. Te natte grond is niet goed voor de grasopbrengst en dat kost weer geld. Voor gras dat niet groeit moet de boer voer kopen voor zijn koeien. In een wereld waarin de marges klein zijn kan dat een groot verschil maken voor het inkomen.

Deze week verscheen er een alarmerend advies van de Raad voor de Leefomgeving over de veenweidegebieden met een boodschap die glashelder is: ‘Voortgaan op het pad van ontwatering, met aanhoudende bodemdaling en CO2-uitstoot tot gevolg, is op de lange termijn economisch, ecologisch en maatschappelijk onverantwoord’. De Raad heeft geen vertrouwen in de lappendeken van goedbedoelde regionale initiatieven die lopen: de landelijke overheid moet de regie nemen en het waterpeil moet omhoog, koste wat kost.

Een blik op het verleden laat zien dat het Friesland niet lukt om het complexe probleem op te lossen. Al sinds de jaren zeventig touwtrekken provincie, boeren, waterschappen en natuurbeschermers over het onderwerp. De weg naar het alarmerende rapport van het Rli ligt geplaveid met onderzoekscommissies, visienotities, inspiratiegroepen en andere papieren vertragingstijgers. Resultaat: veelbelovende pilotprojecten, precaire proefgebieden en goede bedoelingen. In 2014 zei CDA-gedeputeerde Tineke Schokker nog ferm: „It is belangriker no ûnder eagen te sjen dat der keazen wurde moat. Jo moatte dat doare. Oars sizze de minsken letter: hiene se doe mar…’’

Begin oktober komt er weer een nieuw plan van de touwtrekkers, met een nieuwe visie op het veenweidegebied. Gedeputeerde Douwe Hoogland (PvdA) geeft toe dat er nog geen grote stappen zijn gezet in het dossier. Maar, zegt de optimist: „Yn it kader fan it sykjen fan draachflak, barre der no wol goede dingen.” Er is bijvoorbeeld veel onderzoek gedaan naar technische oplossingen.

Maar het is te laat. Jarenlang hebben de provinciale partijen elkaar in een wurggreep gehouden en is er vrijwel geen vooruitgang geboekt. Het Rijk neemt de regie over, als het Lri-advies wordt opgevolgd. Dan zit de provincie niet meer aan het stuur, maar mag zij uitvoeren in plaats van bedenken. De rekening van jarenlang onmachtig dralen.

Het commentaar is een dagelijkse rubriek waarin de Leeuwarder Courant reageert op actuele ontwikkelingen. Reageren? Gebruik de reactiemogelijkheid onder dit artikel of mail naar commentaar@lc.nl .

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 1,15 per week. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct