Jantien de Boer.

Dorothy

Jantien de Boer. FOTO ANNET EVELEENS

Op de driezitsbank, in mijn huis, in mijn dorpje, waar vrijwel alleen witte mensen wonen, bekeek ik deze week een deel van de documentaire I am not your negro .

Ik zag Dorothy Parks, een 15-jarig meisje, bespuugd en uitgescholden door witte medescholieren naar haar highschool in Charlotte in North Carolina gaan.

Dat was op 4 september 1957, drie jaar nadat de rassenscheiding op Amerikaanse scholen ongrondwettelijk werd verklaard. Tot dan toe maakten de bestuurders van de witte scholen geen haast met de integratie waardoor zwarte kinderen zelf besloten om zich in 1957 te melden.

Dorothy werd die eerste schooldag door haar vader en een vriend van de familie bij de school afgezet. Haar vader, die de auto moest parkeren, riep nog: ,,Hold your head high.’’

Zwarte mensen hoorden ergens anders, in ieder geval niet op zijn school

Vlak daarna schreeuwde de vrouw van John Warlick, een bestuurder van de witte extreem-rechtse burgerbeweging in Charlotte, dat de jongens Dorothy moesten tegenhouden.

En dat de meisjes op haar moesten spugen.

Dorothy liep door, in de jurk die haar oma voor haar had gemaakt. Hij was roodgeel. Oma maakte altijd een jurk voor de start van een nieuw jaar. De meute achtervolgde haar, probeerde haar de toegang te versperren maar ze liep schijnbaar onverstoorbaar door, met een rechte rug.

Het was vernederend, zei ze bijna vijftig jaar later, om de school binnen te lopen in een jurk waar klodders speeksel vanaf drupten.

En ik keek deze week, in mijn veilige dorp, naar de foto’s van die dag. Daarna las ik een interview met een van de jongens op de foto’s. Ronnie Hall was naar eigen zeggen een etterbak. Hij werd later zakenman, was bestuurder in zijn kerk en gaf les op de zondagsschool maar die dag speelde hij een fikse rol in de rellen rondom Dorothy.

Zwarte mensen hoorden ergens anders, in ieder geval niet op zijn school, vond hij. En nu schaamt hij zich. Net als Marty Wilson die ook aan de intimidaties meedeed. Het lawaai rond Dorothy was enorm, herinnert hij zich. Hij kon zichzelf amper horen schreeuwen.

Dorothy was de dag erna ziek. En toen ze de volgende week weer kwam spuugden jongens in haar eten, zegden de twee witte meisjes die haar steunden de vriendschap op, en werd de auto van haar vader vernield. Ze ging van school. Het was niet langer verantwoord.

En deze week zag ik Donald Trump een bijbel omhooghouden voor een kerk in Washington. Hij riep op tot een keiharde aanpak van relschoppers. Een politiebaas in Houston riep wanhopig: ,,Dit is niet Hollywood, we hebben nu leiderschap nodig.’’

Ik dacht aan de Amerikaanse agenten die deze week samen met demonstranten knielden. Stel je eens voor, fantaseerde de Engelse televisiejournalist Piers Morgan.

Stel je voor dat Trump de trappen van het Witte Huis af zou komen om te knielen tussen de demonstranten. Net als sommige Amerikaanse sporters dat al sinds 2016 doen uit protest tegen racisme en politiegeweld.

,,Hij kan het niet’’, zei Morgan.

Maar stel dat hij het wel deed.

Donald Trump op een knie.

Hij kan het niet.

Maar het zou levensreddend zijn.

jantien.de.boer@lc.nl

Plus artikel gelezen
Je las zojuist een artikel.
Onbeperkt PREMIUM-artikelen lezen?

Lees nu PREMIUM vanaf € 4,99 per maand. Je krijgt dan onbeperkt toegang tot al onze artikelen, video’s, columns en meer.

Probeer PREMIUM direct